Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.5.1:2.5.1 Beperking van het budgetrecht
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.5.1
2.5.1 Beperking van het budgetrecht
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het parlement toegerust was met het budgetrecht was dit recht beperkt doordat de begroting gesplitst was. Deze splitsing had tot gevolg dat de Koning op de gewone, tienjaarlijkse, begroting zoveel mogelijk posten plaatsten om zich voor een heel aantal jaren achtereen van de gelden te verzekeren, zonder dat deze ieder jaar ter discussie werden gesteld door het parlement. Dit leidde er echter toe dat het parlement tot driemaal toe de tienjaarlijkse begroting, die in 1819 voor het eerste werd ingediend, verwierp. Uiteindelijk plaatste de Koning een heel aantal posten van de tienjaarlijkse op de jaarlijkse begroting.1 Daarnaast bevatte de begroting weinig specificaties, wat de controle belemmerde.
Het parlement had veel kritiek op de financiële politiek van Willem I – die een grote stempel drukte op de financiën. De kritiek richtte zich met name op de grote uitgaven van de regering en het gebrek aan informatie en transparantie over de financiën.2 Deze kritiek leidde er uiteindelijk toe dat Koning Willem I een zo groot mogelijk deel van de staatsfinanciën uit het zicht van het parlement wilde houden, en slaagde daar ook in. Het parlement leek zich hier aanvankelijk – tot de financiële crisis van 1839 – bij neer te leggen.3 Hierdoor werd het budgetrecht nog verder beperkt.