Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.1.2
2.1.2 Heffing bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362999:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Niessen en Niessen-Cobben 2018, onder 5.1.
Artikel 14 van de Wet OB 1968, artikel 17 van de Wet BRV, artikel 6 van de Wet BPM, artikel 14 van de Wet MRB 1994 en artikel 53, eerste lid, van de WA.
Artikel 27, eerste lid, van de Wet LB 1964 en artikel 7, eerste lid, van de Wet DB 1965.
Feteris 2005, onder 1.3.3.
Feteris 2005, onder 1.3.3.
Artikel 19, eerste lid, van de AWR.
Niessen en Niessen-Cobben 2018, onder 5.1.
Artikelen 6 tot en met 10 van de AWR.
Artikel 19 van de AWR.
Artikel 20, eerste lid, van de AWR.
Niessen en Niessen-Cobben 2018, onder 5.1.
Artikel 26, tweede lid, van de AWR.
De tweede Nederlandse heffingsmethode is de heffing bij wege van voldoening of afdracht op aangifte. Deze heffingsmethode wordt ook een aangiftebelasting genoemd. Voldoen betekent het vervullen van een (eigen) verplichting, zodat voldoening op aangifte ziet op de betaling van de door de belastingplichtige zelf vastgestelde verschuldigde belasting.1 Heffing bij wege van voldoening op aangifte vindt bijvoorbeeld plaats bij de omzetbelasting, de overdrachtsbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, de motorrijtuigenbelasting en accijnzen.2
Afdracht houdt in dat iemand iets afstaat. Van afdracht is sprake als een inhoudingsplichtige een bedrag betaalt aan de belastingdienst, hoewel dat bedrag door iemand anders is verschuldigd. Voorbeelden hiervan zijn de loonbelasting en de dividendbelasting.3 In het geval van afdracht op aangifte is naast de belastingplichtige ook een derde, de inhoudingsplichtige, bij de belastingheffing betrokken.
Bij een aangiftebelasting moet de belastingplichtige, nadat hij is uitgenodigd tot het doen van aangifte, zelf de belastingschuld formaliseren. Feteris noemt de aangiftebelasting daarom ook wel een ‘doe-het-zelf-heffing’.4 Het initiatief voor de aangiftebelasting ligt daarmee bij de belastingplichtige en niet bij de inspecteur.5 De belastingplichtige moet de belastingschuld binnen één maand na het einde van het tijdvak overeenkomstig de aangifte betalen aan de belastingdienst.6 Hiermee onderscheidt de aangiftebelasting zich van de aanslagbelasting, waarbij de betalingsplicht pas ontstaat nadat de inspecteur een aanslag heeft opgelegd.7 De regels voor het doen van aangifte zijn voor aangifte- en aanslagbelastingen gelijk.8 De functie van de aangifte bij een aangiftebelasting is anders dan de functie daarvan bij een aanslagbelasting. Bij een aangiftebelasting is de aangifte in wezen niet meer dan een hulpmiddel voor de belastingplichtige of inhoudingsplichtige om zelf de verschuldigde belasting te berekenen. Het draait bij een aangiftebelasting om de betaling (de voldoening of afdracht).9 Niet de inspecteur, maar de belastingplichtige of inhoudingsplichtige is verantwoordelijk voor de juiste vaststelling van de belastingschuld en de betaling daarvan. De inspecteur is niet betrokken bij de voldoening of afdracht op aangifte. De belastingplichtige of inhoudingsplichtige neemt zelf de beslissing hoeveel belasting moet worden voldaan of afgedragen. De inspecteur kan, als de belasting die op aangifte behoort te worden voldaan of afgedragen niet of niet volledig wordt betaald, de te weinig betaalde belasting naheffen.10 Een naheffingsaanslag is daarmee voor de aangiftebelastingen wat een navorderingsaanslag is voor de aanslagbelastingen, te weten een correctie van de in eerste instantie vastgestelde of betaalde belastingschuld.
De beslissing van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige hoeveel belasting moet worden voldaan of afgedragen is geen besluit of beschikking in de zin van de Awb. Daarbij moet het immers gaan om een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan.11 De wetgever heeft dit onderkend en de voldoening of afdracht op aangifte gelijkgesteld aan een voor bezwaar vatbare beschikking, zodat een belastingplichtige of een inhoudingsplichtige bezwaar kan maken en beroep kan instellen tegen de voldoening op aangifte.12 Een naheffingsaanslag is wel een besluit en een beschikking in de zin van de Awb.