Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/11.5.1
11.5.1 Inleiding
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS378210:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 1 februari 2002, NJ 2002, 225 m.nt. Maeijer (De Vries Robbé), r.o. 3.3.
Ook de SER is van mening dat bij de bevoegdheid geen beperkingen gelden. Zie SER-advies 1988/14, p. 67.
OK 1 maart 2005, JOR 2005/87 m.nt. Josephus Jitta (Stichting Kinderopvang Nederland), OK 5 oktober 2005, JOR 2005/296 m.nt. Leijten (Smit Transformatoren), OK 5 augustus 2008, ARO 2008/134 (Sijthoff Planetarium en Haags Ruimtetheater, handelend onder de naam Omniversum); OK 10 december 2008, JOR 2009/38 (AHAM): OK 13 november 2009, ARO 2009/178 (Stichting Kinderopvang Barendracht); OK 15 april 2010, RO 2010/60 (Seerden Industriele verpakkingen c.s.).
OK 16 oktober 2007, ARO 2007/166 (e-Traction) en OK 31 december 2009, JOR 2010/60 m. nt. Doorman (Inter Access Groep).
OK 5 oktober 2005, JOR 2005/296 m.nt. Leijten (Smit Transformatoren) en OK 10 december 2008, JOR 2009/38 (AHAM). Ook in OK 15 april 2010, RO 2010/60 (Seerden Industriele verpakkingen) is op verscheidende gronden verweer gevoerd tegen de ontvankelijkheid van de PVT, maar de OK wijst het enquêteverzoek af op inhoudelijke gronden en laat de verweren onbesproken (r.o. 3.18).
Wet van 6 juni 2011, Stb. 2011, 275, in werking getreden op 1 januari 2013.
Uit de eerder besproken wetsgeschiedenis volgt dat met de in art. 2:346 lid 1 sub e BW vervatte bevoegdheid met name is beoogd om derden die geldovereenkomsten met de vennootschap sluiten de mogelijkheid te geven om het enquêterecht te bedingen. In de rechtspraak tot 2013 lijkt de rechtspersoon deze bevoegdheid echter niet voor dit doel te gebruiken, maar vooral om het gemis aan een eigen enquêtebevoegdheid te compenseren. De rechtspersoon beschikt tot 1 januari 2013 namelijk niet over enquêtebevoegdheid. Hoewel de rechtspersoon de enquêtebevoegdheid wel reeds vanaf de eerste enquêteregeling uit het WvK 1929 aan anderen kan toekennen, is hij al die tijd niet bevoegd geweest om het enquêterecht bij statuten of overeenkomst aan zichzelf toe te kennen. De Hoge Raad overwoog in de Vries Robbé dat het in strijd zou zijn met de strekking van art. 2:346 sub c (oud) BW om tot degenen aan wie daartoe bij statuten of overeenkomst de bevoegdheid kan worden toegekend, ook de rechtspersoon te rekenen.1 Ons hoogste rechtscollege oordeelde in deze beschikking weliswaar dat de rechtspersoon geen enquêteovereenkomst met zichzelf mag sluiten, maar verder lijken er (in beginsel) geen beperkingen te zijn gesteld aan het toekennen van de enquêtebevoegdheid bij overeenkomst.2 Er zijn vóór 2013 dan ook verschillende enquêteverzoeken ingediend door ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen op basis van een bij overeenkomst toegekende enquêtebevoegdheid.3 Een enkele keer werd een enquêteverzoek ingediend door individuele werknemers, een raad van commissarissen en een speciaal daartoe opgerichte stichting.4
Met name in de Smit Transformatoren-beschikking en AHAM-beschikking wordt verweer gevoerd tegen de ontvankelijkheid van de ondernemingsraad respectievelijk de personeelsvertegenwoordiging (PVT).5 Die verweren hangen samen met de stelling dat de enquêtebevoegdheid niet rechtsgeldig aan de ondernemingsraad of de PVT is toegekend. In deze beschikkingen gaat het overigens om enquêteovereenkomsten die zijn gesloten vóór 1 januari 2013 en dus vóór de in werking treding van de Wet bestuur en toezicht.6 Niet alle verweren – en overwegingen van de OK – zijn derhalve thans nog relevant bij het contractueel verlenen van de enquêtebevoegdheid.