Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.3.4.2
4.3.4.2 De één overheid-gedachte?
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285483:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreider: Hoofdstuk 6, par. 2.5.
Vergelijk: Handelingen II 1986/87, blz. 2845 waar wordt stilgestaan bij het Codinos-arrest uit de jaren 30 van de vorige eeuw: iemand die profiteert of gebruik maakt van een onrechtmatige daad van een ander zou daarmee zelf ook onrechtmatig handelen.
Veelal is de Belastingdienst de verstrekkende partij. Vergelijk: Hof ’s-Hertogenbosch 23 juli 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2351, V-N 2021/11.16 over de uitsluiting van op grond van art. 55 AWR van het OM verkregen informatie uit Hong Kong; het onrechtmatige handelen van het OM werd bij de beoordeling van het 'zozeer indruist'-criterium toegerekend aan de inspecteur. Zie over de doorlevering van gegevens: Hoofdstuk 7, par. 4.1.2.
Schuurmans verwijst hiervoor naar Embregts 2003, blz. 288 en Albers 2014, blz. 93 (Y.E. Schuurmans, Onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal in het bestuursrecht, Ars Aequi, mei 2017, blz. 391, par. 2.3).
Y.E. Schuurmans, Onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal in het bestuursrecht, Ars Aequi, mei 2017, blz. 391, par. 2.3). Vergelijk: H10, par. 2.3.5 inzake het verstrekken van gegevens aan de Autoriteit woningcorporaties.
HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1715, BNB 2020/41 met noot R.H. Happé, par. 4 en par. 7.
Bijvoorbeeld: bestuursorgaan A levert onrechtmatig fiscale informatie spontaan door aan bestuursorgaan B terwijl bestuursorgaan B dit ook rechtmatig van de inspecteur had kunnen ontvangen. Het uitsluiten van de onrechtmatige verstrekte gegevens zou dan wellicht te verstrekkend kunnen zijn.
Met de één overheid-gedachte op het netvlies zullen de gevolgen van onrechtmatig verstrekking c.q. ontvangst van fiscale gegevens sneller moeten worden toegerekend aan het ontvangende bestuursorgaan;1 burgers en bedrijven moeten er op kunnen vertrouwen dat ingeval (in het kader van de één overheid-gedachte) fiscale gegevens binnen de overheid worden gebruikt voor andere doeleinden, dit niet-fiscale gebruik deugdelijk en transparant is gemotiveerd, het een wettelijke grondslag heeft en zichtbaar een belangenafweging is gemaakt waaruit blijkt dat verdere verspreiding met het oog op andere publieke taken die gewichtig genoeg zijn om dat te rechtvaardigen.2 Bij de beoordeling van het ‘zozeer indruist’-criterium zou het dus niet alleen moeten gaan om het onrechtmatige wijze verkrijgen van fiscale gegevens door het ontvangende bestuursorgaan dat de fiscale gegevens wil verwerken, maar ook om het onrechtmatig handelen van de partij die de fiscale gegevens verstrekt.3 Onrechtmatig handelen van het ontvangende bestuursorgaan zelf leidt nu al eerder tot bewijsuitsluiting dan strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs.4 Dat het ontvangende bestuursorgaan de (fiscale) gegevens rechtmatig had kunnen ontvangen is dan niet langer relevant.5 In zijn noot bij het hiervoor al genoemde tweede tipgeversarrest merkt Happé op dat de Hoge Raad vasthoudt aan de eis dat overheidsdienaren niet direct of indirect betrokken mogen zijn geweest bij de onrechtmatige verkrijging van de gegevens.6 Juist door de vereenzelviging als gevolg van de één overheid-gedachte dient ook het onrechtmatig verstrekken van fiscale gegevens veel eerder aan het ontvangende bestuursorgaan te worden toegerekend.7 De vraag of de fiscale gegevens rechtmatig konden worden ontvangen zou echter wel weer relevant kunnen zijn.8