Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/628
Herziening. Gegronde aanvraag na uitspraak van het EHRM waarin is vastgesteld dat artikel 11 EVRM is geschonden.
HR 11-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:843
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/04588 H
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:843, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:247, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
Herziening. De aanvraag is gegrond op de omstandigheid dat het EHRM in zijn uitspraak een schending van artikel 11 EVRM heeft vastgesteld. Herziening is naar het oordeel van de Hoge Raad noodzakelijk met het oog op rechtsherstel. De aanvraag is gegrond. De Hoge Raad gaat — anders dan de aanvrager verzoekt — niet over tot het zelf afdoen van de zaak. Aan dat verzoek ligt de opvatting ten grondslag dat de zaak al is verjaard. Voor het berekenen van de verjaringstermijn heeft de aanvrager ook de periode meegerekend tussen het onherroepelijk worden van het arrest van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.