Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1206
Opzettelijk aanwezig hebben van 40,2 gram cocaïne in trainingspak in kledingkast op slaapkamer van verdachte en zijn broertje, art. 2 onder C Opiumwet. Bewijsklacht opzet. Kon hof oordelen dat verdachte wetenschap had van aangetroffen verdovende middelen en dat deze zich in zijn machtssfeer bevonden? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 04-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1637
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 november 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/03188
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1637, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1081, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑10‑2025
Essentie
Opzettelijk aanwezig hebben van 40,2 gram cocaïne in trainingspak in kledingkast op slaapkamer van verdachte en zijn broertje, art. 2 onder C Opiumwet. Bewijsklacht opzet. Kon hof oordelen dat verdachte wetenschap had van aangetroffen verdovende middelen en dat deze zich in zijn machtssfeer bevonden? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03188
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 augustus 2023, nummer 23-000974-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.