Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/6.11
6.11 Wetsvoorstel-Hamer c.s. over de bijdrage van scholen aan integratie en de Wet bevordering actief burgerschap en sociale integratie 2004-2006
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977420:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kraneveldt behoort aanvankelijk tot de LPF (Lijst Pim Fortuyn).
Kamerstukken II 2003/04, 29666, nr. 2, 3 (mvt) en 4 (advies Raad van State en reactie van indieners). De nota verschijnt in februari 2005, Kamerstukken II 2004/05, 29666, nr. 8. Het gewijzigd voorstel volgt in juni 2005 voor behandeling in de Eerste Kamer, Kamerstukken I 2004/05, 29 666, A.
Zie ook: A. Dujardin, ‘Segregatie op scholen neemt toe’, Rapport Onderwijsraad, Den Haag 2018: De stand van educatief Nederland, Trouw 14 december 2018, p. 9.
Vgl. Bron 2009.
Onderwijsraad 2003.
Kamerstukken I 2003/04, 29666, nr. 8, (nota naar aanleiding van het verslag), p. 5-6.
In 1996 munt Klaassen het begrip actief democratisch burgerschap; Wet van 9 december 2005, Stb. 2005, nr. 678, houdende opneming in de Wpo, Wec, Wvo van de verplichting bij te dragen aan de integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving. De wet is op 1 februari 2006 in werking getreden (Stb. 2006, nr. 36).
Kamerstukken I 2004/05, 29666, A, p. 1-2.
M. Burkens e.a. 2012, p. 49-50.
Wet van 9 december 2005, Stb. 2005, nr. 678, houdende opneming in de Wpo, Wec, Wvo van de verplichting bij te dragen aan de integratie van leerlingen in de Nederlandse samenleving. De wet is op 1 februari 2006 in werking getreden (Stb. 2006, nr. 36).
Sociale integratie/voorbereiding op (staats)burgerschap
Op 24 juni 2004 dienen de Kamerleden Hamer, Dijsselbloem en Kraneveldt1 (PvdA) een wetsvoorstel in met verplichting voor scholen krachtens de Wpo, Wec en Wvo bij te dragen aan de sociale integratie van leerlingen.2 Beoogd is burgerschapsvorming te bevorderen door het faciliteren van interculturele ontmoetingen van leeftijdsgenoten. Aanleiding vormt, volgens de indieners, de voortschrijdende segregatie en mankerende integratie van burgers.3 Het doel is het verankeren van de rol van het onderwijs in de sociale integratie en het vergroten van de voorbereiding van leerlingen op het (staats)burgerschap. Door de adviezen van de Onderwijsraad in 2003 en 2004 worden op basis van dit voorstel de doelen uitgewerkt in de Wpo,Wec en Wvo.4
Bevordering actief burgerschap: integreren in de curricula
De indieners zien de bevordering van actief burgerschap als een onderdeel van de kerndoelen5, in die zin dat leerlingen kennisnemen van de gedeelde basiswaarden en -normen en de Nederlandse gewoonten en gebruiken. Ze zien burgerschapsvorming in belangrijke mate bijdragen om ‘mensen hun weg te doen vinden naar en binnen de Nederlandse instituties. Met het invullen van het actief burgerschap staan leerlingen nadrukkelijker stil bij de kernwaarden van samenleving en cultuur’. Het invoeren van burgerschapsvorming als apart vak is onnodig. Burgerschapsvorming moet integraal onderdeel uitmaken van de curricula. Het voorstel expliciteert de verantwoordelijkheid van scholen om recht te doen aan de ontmoetingsfunctie voor leerlingen. De Kamervragen zijn beantwoord met een verwijzing naar het advies Onderwijs en burgerschap van de Onderwijsraad.6 De indieners hebben vanwege de onderwijsvrijheid (artikel 23 Gw) gewezen op het neutrale karakter van het voorstel. Desondanks is de Kamer kritisch door de gevoeligheid voor de pluriforme identiteit.7
Bevordering van actief burgerschap en sociale integratie
Bij de toets van de opdracht tot bevordering van actief burgerschap en sociale integratie kijkt de inspectie naar de wijze, waarop de school een hierop gericht aanbod heeft, evenals naar de wijze, waarop het overdragen van kennis over en de kennismaking met de diversiteit in de plurale samenleving plaatsvindt. De aandachtspunten van de inspectie zijn: de toerusting met sociale competenties, het realiseren van openheid naar de samenleving en het onderkennen van sociale diversiteit, de basiswaarden van de democratische rechtsstaat (‘de school bevordert de basiswaarden en kennis, houdingen en vaardigheden voor participatie […] hierin’) en de school als oefenplaats van democratie.
Maatschappelijke en staatsburgerlijke vorming
De reacties op het voorstel-Hamer c.s. zijn divers. Zo verwijst het CDA naar het advies Onderwijs en burgerschap van de Onderwijsraad. De indruk is dat de indieners een beperkter invulling van burgerschapsvorming voorstaan dan de Onderwijsraad op drie voorgestelde niveaus van school-/verenigingsburger, maatschappelijk burger (maatschappelijke vorming) en politiek of staatsburger (staatsburgerlijke vorming). De indieners verschillen met de VVD-fractie van mening over de noodzaak om burgerschapsvorming apart te vermelden. De VVD acht een gedetailleerde invulling van kerndoelen niet passend in de trend van de schoolautonomie. De PvdA beschouwt burgerschapsvorming breder dan ‘een aangeklede vorm ervan’ onder verwijzing naar een Rotterdams project Levensvaardigden. Dit bestaat uit een sociaal-emotioneel programma. Het beoogt de ontwikkeling van vaardigheden van adolescenten te stimuleren, om gevoelens van spanning in moeilijke situaties te verminderen en een positieve manier van denken aan te leren. GroenLinks wijst op de opvoedende taak van scholen en ziet de opneming van burgerschapsvorming in de kerndoelen als overbodig. D66 informeert naar de meerwaarde voor burgerschap in de kerndoelen en van actieve participatie. Enige voorstellen zijn overgenomen.8
Wet actief burgerschap en sociale integratie 2006
De bepaling komt als volgt te luiden:
‘Het onderwijs gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving, het is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie en het is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met achtergronden en culturen van leeftijdsgenoten’.9
De wetgever legitimeert hiermee de bevordering van het actief burgerschap en sociale integratie ter bevordering van de handhaving van de rechtsstatelijke bodemnormen.10 Op 1 februari 2006 is de wet in werking getreden.11