Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/6.4
6.4 Tussenrapportage commissie-Teulings-II over economieonderwijs 2004
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977211:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Tussenrapportage van cie-Teulings-II van 28 juni 2004, Enschede: SLO O/2753/D/ 04-91.
R. Schöndorff, ´Werk aan de winkel, de kwaliteit moet omhoog´, TEO 2000, p. 9-10; vgl. C.N. Teulings, ´Economie moet je doen´, TEO 2002, p. 311-316.
Tussenrapportage cie-Teulings-II, 2004, p. 15-16; zie: T. van Haperen, ´Over didactiek, crisis en schoolvak’, TEO 2013, 6, p. 33 e.v. en E. Sengers, ‘Economische democratie’, in: Van Bijsterveld & Lenders (red.) 2021, p. 50-52.
Over het curriculum bedrijfseconomie levert Vernooij diverse bijdragen: A.J.T. Vernooij, ´Op zoek naar consistentie in de (leerstof) bedrijfseconomie´, Onderzoek van onderwijs, 1994, 3, ´Management & Organisatie, een nieuw vak´, TEO 1998, 5 en ‘De toekomst van het vak M & O’, TEO 2003, p. 6.
Vecon-reactie, ´Economie doen, deden we al!´, 31 januari 2003; vgl. later: A. Heertje, ‘Ondermaats examen economie tast het vak aan´, Trouw 30 mei 2013.
Eindrapport The Wealth of Education 2005.
Curs.W; Vecon-reactie 2003.
Tussenrapportage Teulings-II, 2004, p. 16.
D. Wijte, TEO 2004, p. 338-340; vgl. G. Gorter 2013, p. 16,21 e.v. en R. Grol & E.M. Sent, ´Het verdronken land van melk en honing´, TEO 2013, 6, p. 22-24.
Economie in doorlopende leerlijn
De commissie-Teulings-II, brengt na de eerste commissie-Teulings, in 2004 het advies Herziening programma economie voor de tweede fase uit met een tussenrapportage over het examenprogramma economie vwo/havo.1 Het bevat de conclusies uit de ondernomen veldraadpleging over Economie moet je doen van de commissie-Teulings-I.2 Het bouwt hierop voort en biedt een programma in een doorlopende leerlijn. Als doel van economieonderwijs ziet Teulings-II ‘het ontwikkelen van een economische kijk op maatschappelijke verschijnselen’.3 De bepaling van concepten van economische contexten is de kerntaak van de commissie-Teulings-II. Ze acht meer tijd voor macro-economie nodig en bovendien: (a) het inrichten van doorlopende leerlijnen voor economie in de basisvorming, (b) het opnemen van bedrijfseconomische principes in het examen economie4 en (c) het waarborgen van het onderscheid tussen de vakken economie en management & organisatie op vwo/havo.
Geen staatsburgerlijke aspecten bij economie
De Vecon brengt spoedig daarop Economie doen, deden we al! uit. ‘Geef ons een economieprogramma voor havo en vwo dat beter studeerbaar is’, zegt de Vecon.5 Verder bespeurt zij bij de commissie opvallend weinig oog voor het onderwijs in moderne economie. Ook ziet ze (a) gebrek aan actualiteit, (b) niet toepassen van de inductieve methode (d.w.z. toetsbaar afleiden van een regel uit een specifieke verzameling) en (c) geringe aandacht voor ontwikkelingen in de economische wetenschap. De programma’s moeten door doorlopende leerlijnen aansluiten. De Vecon bespeurt bij de commissie hiervoor geen aandacht, ‘door meteen met een eindrapport6 te komen, zonder de lijnen met het vak management & organisatie te schetsen’.7 Alle concepten behoren tot het Programma van toetsing en afsluiting (PTA). Er komt een begrippenlijst voor de examen- en methodenmakers.8 De voorstellen kennen hoegenaamd geen economisch-staatsburgerlijke aspecten, terwijl economie met staatsburgerlijke concepten en contexten werkt.9