Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.3.2
2.3.2 Aandeelhouder als drager van rechten en plichten
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197733:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
O.a. Davies & Worthington 2016, p. 790 en Asser/Van Olffen & Rensen 2-IIa 2019/260. Zie Kemp 2015, par. 4.3.4 voor een Nederlandse uiteenzetting over de vraag of rechten en plichten van de aandeelhouder voortvloeien uit het aandeel of uit de lidmaatschapsverhouding. De lidmaatschapsverhouding is de meest gehanteerde opvatting. Ik ga niet verder in op deze discussie, aangezien voor dit onderzoek van belang is dát een aandeelhouder rechten en plichten heeft.
Wanneer de vennootschap eigen aandelen heeft verkregen, komen de vennootschap geen aandeelhoudersrechten toe, althans kan de vennootschap deze niet uitoefenen. Zie voor Nederland bijv.: art. 2:228 lid 6 BW, voor Duitsland: MüKoGmbHG/Drescher 2019, GmbHG § 47 Rn. 79 en voor Engeland: s.726 CA 2006 en Mayson, French & Ryan 2016, par. 10.6.6.
Zie voor Engeland: part 25 CA 2006 en uitgebreid Mayson, French & Ryan 2016, hfst. 11. Zie voor Nederland: art. 2:198 lid 2 en lid 3 BW en art. 2:227 lid 2 BW. In Duitsland komt een pandhouder geen stemrecht toe, maar kan deze wel vergelijkbare invloed uitoefenen middels een stemvolmacht die is afgegeven door de aandeelhouder, zie MüKoGmbHG/Drescher 2019, GmbHG § 47 Rn. 77.
Overigens kan een pandhouder ook druk uitoefenen op de aandeelhouder om op een bepaalde manier te stemmen door te dreigen met de uitwinning van verpande aandelen, wanneer aan de voorwaarden voor uitwinning (in de nabije toekomst) is voldaan.
Zie hierover uitgebreid Verburgt 2014.
De aandeelhouder is echter meer dan slechts een kapitaalverschaffer. De aandeelhouder staat in een rechtsverhouding tot de vennootschap die kan worden getypeerd als een lidmaatschapsverhouding. Uit die lidmaatschapsverhouding vloeien rechten en plichten voort.1 Een aandeelhouder kan door middel van zeggenschapsrechten invloed uitoefenen binnen de vennootschap en kan dividend ontvangen.2 De vennootschapsrechtelijke aandeelhoudersrechten staan in Nederland vooral in Boek 2 BW, in Engeland in de Companies Act 2006 en de Model Articles, en in Duitsland in het GmbH-Gesetz. De rechten die relevant (kunnen) zijn in het kader van een preventieve herstructurering(sprocedure), komen in de paragrafen 2.5 en 2.6 aan bod. De belangrijkste plichten van een aandeelhouder zijn de zojuist genoemde volstorting van aandelen en de (positieve) plicht zich redelijk en billijk te gedragen (zie par. 2.7).
In dit onderzoek spreek ik over de aandeelhouder als drager van rechten en plichten. Ook anderen dan aandeelhouders kunnen echter zeggenschapsrechten uitoefenen, bijvoorbeeld wanneer de pandhouder, vruchtgebruiker of certificaathouder op de aandelen, vergaderrecht en/of stemrecht toekomt (afhankelijk van statutaire of contractuele bepalingen).3 De overgang van het stemrecht van de pandgever naar de pandhouder komt in de financieringspraktijk vaak voor onder de opschortende voorwaarde dat de pandgever tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen.4 De pandhouder kan daardoor in het uiterste geval stemrecht verkrijgen om zo invloed te kunnen uitoefenen op het beleid van de vennootschap.5 De pandhouder kan ook, onder dreiging van uitoefening van het stemrecht, bij het bestuur aansturen op een (preventieve) herstructurering. De financiële rechten verbonden aan een aandeel kunnen in plaats van aan de houder van het aandeel toekomen aan certificaathouders, vruchtgebruikers, pandhouders of derden.