Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1245
Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. Uitzendarbeid; misbruik uitzendovereenkomst; langdurige inlening (13 jaar); adequate objectieve verklaring.
HR 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1733
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03307
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Arbeidsmarktbeleid en -bemiddeling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1733, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:356, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. Uitzendarbeid; misbruik uitzendovereenkomst; langdurige inlening (13 jaar); adequate objectieve verklaring.
Samenvatting
Uit de rechtspraak van het HvJ EU volgt dat volgens Richtlijn 2008/104/EG (Uitzendrichtlijn) de tijdelijke aard van de uitzendarbeid moet worden gewaarborgd. Dat uitgangspunt geldt ongeacht of er sprake is van één doorlopende opdracht dan wel van een aantal achtereenvolgende opdrachten. Hieruit valt af te leiden dat hetgeen het HvJ EU in punt 63 van het arrest Daimler (NJ 2023/36) heeft overwogen voor achtereenvolgende opdrachten, ook geldt indien de werkzaamheden van de uitzendkracht bij de inlenende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.