Grenzen van het strafrecht in de voorfase
Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/3.3.3:3.3.3 Immoraliteit en onrust
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/3.3.3
3.3.3 Immoraliteit en onrust
Documentgegevens:
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715529:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel in een communitaristisch strafrecht dus niet enkel individuele, maar ook collectieve rechtsgoederen bescherming verdienen en de strafbaarstelling een gedraging in beginsel ook materieel wederrechtelijk maakt, is daarmee nog niet de vraag beantwoord wat de wetgever ertoe aanzet bepaalde gedragingen strafbaar te stellen. Naast overwegingen die voortvloeien uit het liberale schadebeginsel zijn nog wel meer maatschappelijke redenen voor strafbaarstelling aan te voeren. Vanuit communitaristisch oogpunt springen daarbij in het kader van voorfasedelicten twee aanvullende gronden voor strafbaarstelling in het bijzonder in het oog: de mate waarin de samenleving het gedrag immoreel vindt (§3.3.3.1) en de mate waarin het gedrag onrust veroorzaakt (§3.3.3.2).
3.3.3.1 Immoraliteit3.3.3.2 Onrust