Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.6.4
9.4.6.4 Gemoderniseerd Communautair Douane Wetboek
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258433:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (gemoderniseerd douanewetboek), PB nr. L 145 van 04/06/2008, p. 1-64.
Consolidated preliminary draft of the Commission Regulation of the Modernised Community Code Implementing Provisions (MCCIP), Taxud/1717/2008 Rev 1.1, Brussels 24.02.2009.
L. Ruessmann & A. Willems, Revisiting the First Sale for Export Rule: An Attempt to Remove Fairness in the Interest of Raising Revenues, Without Improving Legal Certainty, World Customs Journal 3(1), p. 50-51.
AmChams positie op de voorgestelde wijzigingen zoals gepubliceerd op 24 april 2012.
European Parliament resolution of 1 December 2011 on modernisation of customs (2011/2083(INI)), P7_TA-PROV(2011)0546, under 46.
Zie onderdeel 3.3 voor een bespreking van de ontwikkeling van de Europese Unie.
Zoals in onderdeel 3.3.3.4 is toegelicht, was de Europese Commissie voornemens om het CDW te vervangen door het gCDW1. Hoewel het gCDW inwerking trad op 24 juni 2008, zijn de bepalingen nooit toepasselijk geworden, omdat het gCDW werd ingetrokken door de inwerkingtreding van het DWU in 2013.2 In het voorstel voor de Toepassingverordening van het gCDW (gTCDW)3 wordt in het bijzonder een stap gezet richting de implementatie van ICT-systemen die een simpelere en papierloze omgeving voor douane en handel mogelijk zouden maken. Het gTCDW voorziet echter ook in bepalingen voor de vaststelling van de douanewaarde. In het gCDW presenteerde de Europese Commissie namelijk het last-sale principe. Zo is in artikel 230-2 van de 2009-editie en latere edities voorgesteld dat: “[…] in the case of multiple contracts of sale, transaction value is determined on the basis of the last sale in the commercial chain”. In eerdere edities werd echter geen last-sale principe geïntroduceerd en werd de mogelijkheid geboden om de douanewaarde vast te stellen op basis van een eerste of eerdere verkoop overeenkomstig de bepalingen onder het CDW-wetgevingspakket. Ruessmann en Willems wijzen erop dat mogelijk bij het verschijnen van de eerste editie, de EU-lidstaten nog geen beslissing hadden genomen over de wijze waarop zij het last-sale principe wilden introduceren.4 Ik kan mij daarnaast voorstellen dat ten tijde van de eerste edities van het gTCDW, Commentary 22.1 van de Technische commissie douanewaarde van de WDO (gepubliceerd op 26 april 2007) nog onvoldoende geëvalueerd was om te verwerken in het gTCDW.
Reeds ten tijde van de publicatie van de voorstellen voor een gCDW, hebben verschillende partijen zich verzet tegen de afschaffing van het first-sale principe. Zo had bijvoorbeeld de American Chamber of Commerce to the European Commission (AmCham) het standpunt ingenomen dat de verschuiving van een first-sale naar last-sale benadering een schending zou opleveren van de CVA. Zij waarschuwde dat de introductie van het last-sale principe in het gTCDW zou leiden tot een kostenpost van miljoenen euro’s voor rekening van bedrijven en consumenten in de Europese Unie.5 Daarnaast wijst AmCham erop dat de Europese Commissie, anders dan het Amerikaanse congres, geen impactanalyse heeft verricht ten aanzien van de introductie van het last-sale principe. Het belangrijkste argument dat AmCham aandraagt, betreft dat met de introductie van het first-sale principe, een nieuw douanewaarde concept wordt geïntroduceerd die geen wettelijke basis kent in EU-wetgeving en de CVA. Het zou daarmee kunnen leiden tot rechtsonzekerheid en tot toepassing van verschillende interpretaties in elke EU-lidstaat, waarmee het streven naar uniforme toepassing van douanewetgeving onder druk komt te staan. Naast de protestgeluiden vanuit het bedrijfsleven, heeft ook het Europese Parlement zich uitgesproken als voorstander voor het behoud van het first-sale principe.6 De Europese Commissie continueerde niettemin zijn plannen voor de introductie van het first-sale principe. Hoewel het gCDW nooit van toepassing is geworden, was de zienswijze van de Europese Commissie helder en kan mogelijk worden verklaard vanuit de gedachte dat de Europese Commissie zocht naar wegen om de inkomsten van de eigen middelen te verzekeren en tegelijk een middel te introduceren die de eigen industrie zou beschermen. Dit zou met name gunstig zijn voor landen met een grote maakindustrie zoals landen in Oost-Europa die ten tijde van de vaststelling van het CDW nog geen lid waren van de Europese Unie.7