Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/19.4.3.0
19.4.3.0 Introductie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS580264:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hierover B.J. de Jong (2007a) en Pijls (2009a). Ik ga er in deze paragraaf gemakshalve vanuit dat het steeds een (collectief van) investeerder(s) is dat de aansprakelijkheidsprocedure entameert.
Zie bijvb. Pijls (2009a) en (2009b).
Causaliteitsvragen spelen niet alleen bij prospectusaansprakelijkheid, maar ook bij andere aansprakelijkheden rond publicatie van 'misleidende' financiële informatie. Een voorbeeld daarvan is de mogelijke persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder van een beursvennootschap indien een misleidende voorstelling wordt gegeven door de jaarrekening, de tussentijdse cijfers of het jaarverslag (art. 2:139 BW) of van een commissaris van een beursvennootschap indien een misleidende voorstelling wordt gegeven door de jaarrekening (2:150 BW). Ik kom op deze aansprakelijkheid — die ik in navolging van Beckman (2008b), p. 629, als de 'jaarrekeningaansprakelijkheid' aanduid — in § 4.4 terug. Wezeman (1998), p. 85, spreekt over 'balansaansprakelijkheid'.
Een uitzondering vormt Mendel (1992). Recent is hierover echter een aantal — fraaie publicaties verschenen. Vgl. B.J. de Jong (2007a), (2007b) en (2008), K. Raaijmakers (2008), Pijls (2008), (2009a) en (2009c). Zie verder, in het bijzonder over vraagstukken rondom causaal verband bij art 2:139 BW, Bras (2006a), p. 80-82, (2006b), p. 103-104. Over de ontwikkelingen in de VS: Van Ginneken (2006a), p. 158-160.
Wanneer is vastgesteld dat een misleidend prospectus is gepubliceerd, dient nog een aantal vragen te worden beantwoord alvorens kan worden geoordeeld dat geleden schade van investeerders moet worden vergoed. Een belangrijke vraag is de vraag hoe moet worden berekend wat (de omvang van) de door investeerders geleden schade is.1 Daarbij kunnen ook procesrechtelijke aspecten over de (verdeling van de) aansprakelijkheid een rol spelen.2 In het licht van deze studie is met name de vraag van belang hoe het causale verband tussen het misleidende prospectus en de door investeerders geleden schade moet worden vastgesteld.3 Tot enige jaren geleden was hiervoor in de Nederlandse literatuur relatief weinig aandacht.4