Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/643
Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep tussenbeschikking (art. 358 lid 4 Rv); mededeling onderaan beschikking te beschouwen als toestemming voor tussentijds hoger beroep?
HR 21-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:924
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/04104
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:924, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:413, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep tussenbeschikking (art. 358 lid 4 Rv); mededeling onderaan beschikking te beschouwen als toestemming voor tussentijds hoger beroep?
Samenvatting
De mededeling onderaan de beschikking van de rechtbank dat hoger beroep kan worden ingesteld door de verzoekers en de belanghebbenden, heeft de verzoekster redelijkerwijs zo kunnen opvatten dat de rechtbank heeft bepaald dat van de tussenbeschikking tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld zoals bedoeld in art. 358 lid 4 Rv. Anders dan bij de mededeling die aan de orde was in HR 27 september 2002, NJ 2004/100, kan in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.