RvdW 2024/715:Economische zaak. Niet voldoen aan de in art. 8 lid 1 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van verkopen en afleveren van geregistreerde stoffen door rechtspersoon die handelt in industriële chemicaliën, art. 2 sub a Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Was sprake van een of meer ‘voorvallen’ die erop kunnen wijzen dat in handel te brengen stoffen wellicht worden misbruikt om verdovende middelen of psychotrope stoffen op illegale wijze te vervaardigen? Hof heeft o.g.v. vaststellingen geoordeeld dat sprake is van een of meer voorvallen m.b.t. geregistreerde stoffen die erop kunnen wijzen dat deze in handel te brengen stoffen wellicht worden misbruikt door verdovende middelen en/of psychotrope stoffen op illegale wijze te vervaardigen. Daarbij heeft hof betrokken dat sprake was van meerdere afzonderlijke transacties die na verloop van tijd en in combinatie bezien, in het licht van enkele bijkomende omstandigheden (i.h.b. afwijkend afleveradres en op verzoek onbeheerd achterlaten van bestelling), tot conclusie hadden moeten leiden bij verdachte dat levering van deze stoffen had moeten worden gemeld bij bevoegde instanties. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.