Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/708
Verbintenissenrecht. Verzekeringsrecht. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM); begrip ‘bestuurder’. Vervolg op HR 17 mei 2024, NJ 2024/220. HR stelt prejudiciële vragen aan HvJ EU.
HR 05-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1022
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 juli 2024
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, K. Teuben
- Zaaknummer
23/00813
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1022, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑07‑2024
ECLI:NL:HR:2024:726, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1166, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑12‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Verbintenissenrecht. Verzekeringsrecht. Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM); begrip ‘bestuurder’. Vervolg op HR 17 mei 2024, NJ 2024/220. HR stelt prejudiciële vragen aan HvJ EU.
Samenvatting
In de rechtspraak van het HvJ EU is uitdrukkelijk vermeld dat art. 1 Derde WAM-richtlijn (thans art. 12 lid 1 gecodificeerde Richtlijn 2009/103) uitsluitend een onderscheid maakt tussen de bestuurder en de andere inzittenden. In deze zaak is aan de orde hoe deze uitzondering op de algemene regel van bescherming van inzittenden moet worden uitgelegd. In het bijzonder is aan de orde of art. 12 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.