Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/716
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. hennepteelt (art. 3 onder B Opiumwet) en medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311 lid 1 Sr). Dubbel verstek. Aanwezigheidsrecht. Was hof gehouden behandeling van zaak aan te houden, nu dagvaarding in hoger beroep niet aan verdachte in persoon is uitgereikt, niet is vastgesteld dat verdachte ondubbelzinnig bewust afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en niet is onderzocht of aan voorwaarden van art. 8 lid 2 Richtlijn (EU) 2016/343 is voldaan? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 02-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:959
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/01260
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:959, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2024
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. hennepteelt (art. 3 onder B Opiumwet) en medeplegen diefstal d.m.v. braak (art. 311 lid 1 Sr). Dubbel verstek. Aanwezigheidsrecht. Was hof gehouden behandeling van zaak aan te houden, nu dagvaarding in hoger beroep niet aan verdachte in persoon is uitgereikt, niet is vastgesteld dat verdachte ondubbelzinnig bewust afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht en niet is onderzocht of aan voorwaarden van art. 8 lid 2 Richtlijn (EU) 2016/343 is voldaan? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.