Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.3.3:9.3.3 Beperking van aantal bestuursfuncties (?)
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.3.3
9.3.3 Beperking van aantal bestuursfuncties (?)
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS344599:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:360 lid 3 BW jo art. 2:396 lid 1 onderdeel b BW.
Vgl. Kamerstukken II 2010/2011, 32 873, nr. 3, p. 3, waarin het begrip “onderneming” wordt gekenschetst.
Art. 2:132a/242a BW voor wat betreft bestuurders en art. 2:142a/252a BW voor wat betreft commissarissen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:297a BW stelt grenzen aan het aantal bestuursfuncties dat een persoon in een zogenaamde grote stichting mag hebben. Deze beperking geldt slechts voor een bestuursfunctie bij een stichting die aan de volgende twee voorwaarden voldoet:
zij is bij of krachtens de wet verplicht een financiële verantwoording op te stellen die gelijk of gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 2.9 BW; en
zij heeft op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet voldaan aan ten minste twee van de vereisten als bedoeld in art. 2:397 leden 1 en 2 BW.
Het jaarrekeningenrecht van titel 2.9 BW is slechts van toepassing op stichtingen die een of meer ondernemingen in stand houden die op grond van het handelsregister moeten worden ingeschreven en die samengevat een netto-omzet van € 4,4 miljoen hebben.1 Een stichting continuïteit houdt geen onderneming in stand; zij biedt immers geen producten of diensten aan met het oogmerk om materieel voordeel te behalen.2 Dat betekent dat een stichting continuïteit niet aan het eerste vereiste voldoet en daarmee geen stichting is waarop de beperking ten aanzien van het maximum aantal bestuurders van toepassing is. Andersom tellen de functies van bestuurder van een stichting continuïteit ook niet mee voor de vraag of zo’n bestuurder tevens bestuurder en/of commissaris van een grote vennootschap kan zijn.3