Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.2.1
2.3.2.1 Vaststellen dat misdrijf tegen de erflater is gericht
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859158:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een deel van deze paragraaf is eerder verschenen: De Vries, TE 2019/04, p. 83-86.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1169 en 1172.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1173.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1173.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1173.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1169, 1172 en 1173.
Keulen & Knigge 2020, p. 603.
Vgl. ook Keulen & Knigge 2020, p. 603.
Dreissen, in: Sdu Commentaar Strafvordering, art. 359, nr. C4.3 en C4.4 (online, publicatiedatum 22 april 2019) en Keulen & Knigge, p. 603.
Dreissen, in: Sdu Commentaar Strafvordering, art. 359, nr. C4.3 (online, publicatiedatum 22 april 2019) en Keulen & Knigge 2020, p. 623.
Zie hierover nader par. 2.3.4.3.
De Vette & Gremmen, in: Sdu Commentaar Strafvordering, art. 257h, nr. C2 (online, publicatiedatum 16 april 2019).
Crijns, in: T&C Strafvordering, commentaar op art. 257h Sv, aant. 3 (online, bijgewerkt tot en met 1 juli 2023) en De Vette & Gremmen, in: Sdu Commentaar Strafvordering, art. 257h, nr. C3 (online, publicatiedatum 16 april 2019). Het is voor degene jegens wie een strafbeschikking is uitgevaardigd dus niet mogelijk om te bepalen dat het feit dat aan hem een strafbeschikking is opgelegd geheel geheim te houden, Kamerstukken II 2004/05, 29849, nr. 7, p. 14.
Volgens minister Sorgdrager zal in de regel uit het strafvonnis blijken of het misdrijf tegen de erflater is gericht.1 In gevallen waarin dit niet zo is, is onwaardigheid niet uitgesloten. Bij de vaststelling dat het misdrijf tegen de erflater is gericht mogen ook andere gegevens worden betrokken.2
Een belanghebbende kan volgens de minister veelal op grond van artikel 838 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)3 in het bezit komen van een afschrift van het strafvonnis.4 Erkent de vermeende onwaardige, al dan niet door overlegging van het strafvonnis, de veroordeling als zodanig, maar betwist hij dat de veroordeling betrekking heeft op een feit tegen de erflater, dan zal in veel gevallen aan de hand van de erbij verstrekte gegevens, dan wel aan de hand van andere gegevens, zoals getuigenbewijs, de achtergrond van de veroordeling kunnen worden vastgesteld.5 Volgens de minister staat het de rechter vrij om daarbij onder omstandigheden op grond van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid en in het licht van hetgeen over een weer door partijen is gesteld, de bewijslast zo te verdelen, dat wordt aangenomen dat het misdrijf tegen de erflater is gericht en de veroordeelde toe te laten tot het bewijs van het tegendeel.6
Gelet op het voorgaande zijn volgens de minister geen bewijsproblemen te verwachten.7
Het is de vraag of de grote rol die de minister toedicht aan de inhoud van het strafvonnis in alle gevallen opgaat. Het strafrecht kent meerdere manieren van vonnis wijzen: 1) een klassiek vonnis, 2) een verkort vonnis, 3) een beknopt vonnis bij een bekennende verdachte en 4) een ‘promis-vonnis’. In tegenstelling tot een klassiek vonnis bevat een verkort vonnis geen bewijsmiddelen en ook geen opgave daarvan (art. 138b Sv). De wet verankert sinds 1996 deze werkwijze.8 Een verkort vonnis is mogelijk zolang geen gewoon rechtsmiddel is aangewend (art. 365a Sv).9
Sinds 2005 kan ook op een andere wijze een minder uitgebreid vonnis voorkomen. Voor zover de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, kan met een opgave van de bewijsmiddelen worden volstaan. Een uitwerking van de bewijsmiddelen blijft dan achterwege. Dit is slechts anders als de verdachte nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak bepleit (art. 359 lid 3 Sv).10
In een zogeheten ‘promis-vonnis’ kan de inhoud van de bewijsmiddelen worden samengevat met een verwijzing naar de wettige bewijsmiddelen (in een voetnoot) waaraan de redengevende feiten en omstandigheden zijn ontleend. In de samenvatting mag niet worden volstaan met het opnemen van de conclusie die uit de feiten en omstandigheden vermeld in het bewijsmiddel is getrokken. De redengevende feiten en omstandigheden moeten in het vonnis zelf worden vermeld.11
Hieruit volgt dat het verkorte vonnis en het vonnis bij een bekennende verdachte betrekkelijk weinig informatie bevatten over het misdrijf. Het vonnis verschaft weinig tot geen achtergrondinformatie. Het is dan aan de veroordeelde om die informatie te verschaffen. Houdt de veroordeelde de kaken op elkaar dan komt de rechter bij dergelijke vonnissen vermoedelijk eerder bij de door de minister voorgestelde bewijslastverdeling op grond van de eisen van redelijkheid en billijkheid.
In paragraaf 2.2.3.2 is duidelijk geworden dat onder ‘veroordeling’ in artikel 4:3 lid 1 sub a BW ook moet worden verstaan een strafbeschikking. Voor artikel 4:3 lid 1 sub b BW is dit niet anders.12 Voor het openbaar maken en verstrekken van afschriften van strafbeschikkingen is in artikel 257h Sv een specifieke bepaling opgenomen. Het eerste lid kent een actieve openbaarmaking. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën strafbeschikkingen ter zake van misdrijven worden aangewezen die op daarbij te bepalen wijze openbaar moeten worden gemaakt. Een dergelijke algemene maatregel van bestuur is tot op heden nog niet ontwikkeld.13 Het tweede lid verwoordt een passieve openbaarmaking. Op verzoek verstrekt de officier van justitie een afschrift van een strafbeschikking, tenzij naar zijn oordeel de bescherming van de belangen van degene jegens wie de strafbeschikking is uitgevaardigd, of die van derden die in de strafbeschikking worden genoemd, zwaarder wegen. In het laatste geval kan de officier een geanonimiseerd afschrift verstrekken.14 Deze regeling komt overeen met het verstrekken van vonnissen (art. 29 lid 2 Rv).