Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/2.3.1:2.3.1 Kenmerken payrolling
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/2.3.1
2.3.1 Kenmerken payrolling
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943475:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 39 (MvT).
Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 39-43 (MvT).
Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 42 en 140 (MvT).
Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 38 (MvT).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Payrolling herkent men dus aan de hand van twee kenmerken. De werkgever vervult geen allocatiefunctie in het kader van de terbeschikkingstelling en er is sprake van exclusieve terbeschikkingstelling.1De allocatiefunctie is al nader omschreven bij hetbespreken van uitzenden als uitbestedingsvorm. De exclusieve terbeschikkingstelling ziet op het alleen met toestemming van de opdrachtgever ter beschikking mogen stellen aan een andere opdrachtgever. Exclusiviteit is in dit kader een breed begrip en hoeft niet perse schriftelijk te zijn vastgelegd. Ze kan ook uit feiten en omstandigheden blijken. De allocatiefunctie en exclusiviteit zijn in de WAB, en de daarmee aan de wet toegevoegde definities van payrolling, geïntroduceerd als cumulatieve vereisten.2 Toch lijkt de minister de aan- of afwezigheid van de allocatiefunctie doorslaggevend te achten voor het onderscheid tussen uitzenden en payrolling. Zo valt in de memorie van toelichting bij de WAB te lezen dat van payrolling sprake is indien de formele werkgever geen actieve rol heeft gespeeld in de werving en selectie en ‘dat het onderscheid tussen de uitzendovereenkomst en de payrollovereenkomst is dat de werkgever bij payrolling geen allocatiefunctie vervult’.3 Dit laat enige twijfel bestaan over de juiste kwalificatie van terbeschikkingstellingen waarbij de werkgever geen allocatiefunctie heeft verricht, maar ook geen sprake is van exclusiviteit. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin de werkgever wel een allocatiefunctie verricht en de werknemer alleen met toestemming van de derde ter beschikking mag stellen. De regering heeft er bij de invoering van de WAB immers expliciet voor gekozen de allocatiefunctie niet toe te voegen aan dedefinitie van de uitzendovereenkomst.4 Strikt genomen kan het bestaan van een allocatiefunctie dan ook niet direct leiden tot de conclusie dat sprake is van een uitzendovereenkomst. Bij de volgende verschijningsvorm van uitbesteding van werk wordt duidelijk dat deze inconsequente toelichting op de kenmerken van de payrollovereenkomst tot moeilijkheden leidt bij het bepalen van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.