Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020
Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.13.6:7.13.6 Sollicitatieplicht
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/7.13.6
7.13.6 Sollicitatieplicht
Documentgegevens:
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258948:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 25 januari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV1632.
CRvB 3 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1870.
Zie bijvoorbeeld CRvB 15 december 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AS3497 en CRvB 8 oktober 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG1723.
CRvB 18 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN4443.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het voldoen aan de sollicitatieplicht wordt door de rechter serieus genomen. In een uitspraak uit 2006 werd vanwege het onvoldoende solliciteren in één week, een maatregel opgelegd over de hele uitkeringsduur. De Raad oordeelde dat het UWV het causaal verband tussen onvoldoende solliciteren en het niet verkrijgen van werk niet aannemelijk hoefde te maken. Als er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die een dergelijk verband tegenspreken dan hoeft het UWV zich niet in te houden bij de sanctie.1
In het Besluit passende arbeid WW en ZW is het begrip passende arbeid zo aangepast dat na een half jaar alle arbeid op alle niveaus als passend moest worden aangemerkt. In een uitspraak uit 20152 bepaalde de CRvB dat naar vaste rechtspraak van een werknemer wordt verwacht dat naarmate hij langer werkloos is, zijn sollicitatie-activiteiten niet beperkt moeten zijn tot het zoeken naar functies op zijn eigen vakgebied, maar ook naar andere, lager gekwalificeerde functies.3 Dit uitgangspunt was ook neergelegd in de toen geldende Richtlijn passende arbeid 2008. Daarin was uiteengezet dat het begrip passende arbeid ruimer moet worden uitgelegd naarmate de duur van de werkloosheid toeneemt of de kans op werkhervatting kleiner is. Een werkloze met geringe kansen op het vinden van werk zal concessies moeten doen ten aanzien van – onder meer – de aard van de te aanvaarden arbeid (met name het beroep en opleidingsniveau) en het loonniveau. Een werknemer voldoet in een dergelijk geval niet aan zijn sollicitatieplicht door alleen te solliciteren op functies op zijn niveau. Ook het uitvoeringsorgaan zou hier strenger op gaan toezien doordat in de vierde maand van de werkloosheid bij een eerste gesprek de werkloze wordt gewezen op zijn plicht om breder te solliciteren en in de zevende maand bij het tweede gesprek daadwerkelijk een controle daarop plaatsvindt.
Als betrokkene zich alleen beschikbaar stelt voor een bepaald type functie, zoals technische functies4 of voor een bepaalde werkplaats, als thuisarbeid, kan dat ertoe leiden dat een sanctie wordt opgelegd vanwege eisen die worden gesteld die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren (artikel 24 lid onder b sub 4 WW).