Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.2.3
1.2.3 Lessen uit (latere) incidenten
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268439:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
DNB stelt hierover in haar Visie op Toezicht 2010-2014, (p. 12): “Soliditeit, zo heeft de crisis nog eens duidelijk gemaakt, heeft daarbij niet alleen een bedrijfseconomische, maar ook een integriteitscomponent. Incidenten op het gebied van onder andere hoge beloningen, hoge risicogeneigdheid en de verkoop van risicovolle financiële producten hebben geleid tot wantrouwen in financiële instellingen, en hun bedrijfscultuur. Voor DNB is dat reden om extra aandacht te geven aan vraagstukken rondom integriteit, governance, gedrag en cultuur bij onder toezicht staande instellingen.” Vergelijk ook de schandalen bij Salomon Brothers, Deutsche Bank en Wells Fargo en de rol daarbij van de CEO, leiderschap en de toon aan de top, onder meer beschreven door S. Zhu & G. Ferrarini, ‘Corporate culture in the governance of financial institutions. An interdisciplinary approach’, in: D. Busch, G. Ferrarini & G. van Solinge (red.), Governance of Financial Institutions, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 392-399 en 409-413 en aldaar opgenomen verwijzingen.
Rapport van de commissie Onderzoek DSB Bank, Den Haag, 23 juni 2010, bijlage bij Kamerstukken II, 2009/2010, 32 432, nr. 1, p. 24 en 25.
House of Lords and House of Commons, “Changing banking for good, Report of the Parliamentary Commission on Banking Standards, First Report of Session 2013-14,” juni 2013, te vinden op https://www.parliament.uk/business/committees/committees-a-z/joint-select/professional-standards-in-the-banking-industry/news/changing-banking-for-good-report/. Het rapport heeft de grondslag gelegd voor het huidige Senior Managers and Certification Regime (SM&CR). Hiertoe is de Financial Services Act 2000 aangepast (zie section 59ZA). Zie voorts het Supervisory Statement SS5/16 van de Prudential Regulation Authority (‘PRA’) uit maart 2016, p. 6-7 (https://www.bankofengland.co.uk/-/media/boe/files/prudential-regulation/supervisorystatement/2016/ss516).
Zie over de activiteiten van de FSB ten aanzien van “conduct risk”: A.S. Alibrandi & C. Frigeni, ‘Managing conduct risk. From rules to culture’, in: D. Busch, G. Ferrarini, & G. van Solinge (red.), Governance of Financial Institutions, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 469-470. Zie ook: www.fsb.org.
Financial Stability Board (FSB), “Strengthening governance frameworks to mitigate misconduct risk: A toolkit for firms and supervisors”, 20 april 2018, zie in het bijzonder p. 1,3, 4 en 13. Zie voor een bespreking van de invloed van bestuurders op zowel de bedrijfsstrategie als op de cultuur van een organisatie en daarmee op de ruimte voor onethisch gedrag ook K. Alblas, ‘Het gedrag van bestuurders: een onderzoek naar de rol van bestuurders in het ontstaan van een financieel schandaal’, TvCo 2017, afl. 1, p. 19-24.
Het belang van een sterke corporate governance werd verder versterkt door verschillende (latere) incidenten in de financiële sector zoals de ondergang van de DSB-Bank, het Icesave-debacle, zorgplichtproblematiek zoals de verkoop van beleggingsverzekeringen (“woekerpolissen”) en de MKB-derivaten, de manipulatie van de Libor en Euribor-tarieven en witwasaffaires.1 Dergelijke incidenten onderstreepten het belang van integere en geschikte bestuurders en commissarissen en de aan hen te stellen wettelijke eisen.
Commissie-Scheltema
Zo deed de Commissie-Scheltema, naar aanleiding van het faillissement van de DSB-Bank in 2009, verschillende aanbevelingen tot versteviging van het systeem van personentoetsingen. De Commissie ziet de kern van de problematiek bij DSB in de eenzijdige en weinig professionele wijze waarop de bank werd geleid en het beleid werd vormgegeven. De positie van de directeur-grootaandeelhouder was zodanig sterk dat van een stelsel van checks and balances geen sprake was. De RvC hield onvoldoende toezicht. De commissie constateert dat de wijze waarop een financiële onderneming wordt geleid van doorslaggevend betekenis is. Indien de leiding niet berekend is op het voeren van een prudent bancair beleid of indien zij het klantbelang ondergeschikt maakt aan het streven naar groei en winst, is het voor een toezichthouder haast onmogelijk voldoende corrigerend op te treden. De commissie adviseert daarom in de wetgeving meer mogelijkheden op te nemen om niet alleen de geschiktheid van individuele bestuurders te toetsen, maar ook de professionaliteit en evenwichtigheid van de organisatie als geheel. Deskundigheid alleen is bovendien niet genoeg: “Kritisch vermogen en onbevangenheid zijn een noodzakelijke aanvulling op deskundigheid omdat zij bevorderen dat bestuurders en andere (mede)beleidsbepalers kritisch doorvragen waar dit nodig is.”2
VK: Changing banking for good
In het Verenigd Koninkrijk leidde de Libor-affaire en verschillende zorgplichtschandalen tot een diepgravend parlementair onderzoek, resulterend in een vuistdik rapport (Changing banking for good) en een grondige herziening van het systeem van personentoetsingen. In het aangepaste systeem is meer aandacht voor de individuele taken en verantwoordelijkheden van personen die betrokken zijn bij financiële instellingen, en kunnen zij persoonlijk op de nakoming van deze verantwoordelijkheden worden aangesproken (accountability).3
Financial Stability Board
Tegen dezelfde achtergrond richt ook de Financial Stability Board (FSB), een gezaghebbend internationaal instituut ter bevordering van de stabiliteit van het wereldwijde financiële systeem, haar vizier steeds meer op gedrag- en cultuuraspecten bij financiële instellingen.4 De FSB spreekt in dit verband van “conduct risk.” Dit “risico op wangedrag” wordt gezien als een belangrijk aspect voor de stabiliteit van het financiële stelsel: “Misconduct in some financial institutions has the potential to significantly harm consumers, undermine trust in financial institutions and markets, and create systemic risks”. De FSB benadrukt in dit verband de rol van beleidsbepalers en senior management, onder meer bij het uitdragen van de gewenste bedrijfscultuur: “Leaders’ attitude to misconduct and the ways in which they act, make decisions and communicate set the tone and drive behaviour throughout an organisation.”5