Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.2.6:5.2.2.6 Het vrije relaas
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.2.2.6
5.2.2.6 Het vrije relaas
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180216:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De belangrijkste vraag die de hoormedewerker tijdens het nader gehoor aan de asielzoeker stelt, is om in zijn eigen woorden te vertellen wat voor hem de voornaamste redenen waren om zijn land van herkomst te verlaten. Het antwoord dat de asielzoeker op deze vraag geeft, wordt ook wel het vrije relaas genoemd. De hoormedewerker moedigt de asielzoeker aan zijn verhaal zo volledig mogelijk te vertellen en bij voorkeur in chronologische volgorde. Het vrije relaas vormt de basis voor het grootste deel van het verdere verloop van het gehoor. Ik vroeg onderstaande medewerker hoe dit in de praktijk gaat:
R: [Tijdens het vrije relaas] dan ben je echt alleen aan het luisteren, dan mag iemand zo lang vertellen als hij wil. Op een gegeven moment moet je natuurlijk wel, na vijf pagina’s moet je misschien wel zeggen dat het genoeg is, of kijken waar we naar toe gaan. Maar in principe is het dan wel echt de ruimte geven om het hele verhaal te doen. Dat vind ik ook wel mooi, dat iemand de ruimte krijgt om zijn hele verhaal te vertellen. Voordat je hem met vragen gaat bestoken.1
Net als de bovenstaande hoormedewerker, zeggen de meeste van zijn collega’s ervoor te kiezen de asielzoeker in beginsel de gelegenheid te geven om zijn gehele verhaal onafgebroken te vertellen. Sommige medewerkers kiezen ervoor om vervolgens ook echt geen vragen te stellen in het gesprek, totdat het vrije relaas voorbij is. Er zijn echter ook hoormedewekers die proberen meer structuur aan te brengen in het relaas. De onderstaande medewerker is hiervan een voorbeeld. Deze medewerker ziet het daarnaast als haar taak om de asielzoeker tijdens het gesprek voor te lichten over welke details voor het relaas relevant zijn, en welke niet.
I: Wat jij net deed bij het nader gehoor, heb ik nog niemand anders zien doen. Jij leidde het vrije relaas in door te zeggen: vertel maar uw verhaal en ik onderbreek u wel als ik een naam nodig heb, of een datum. De meeste mensen zeggen voorafgaand aan het relaas. Vertelt u uw verhaal met zoveel mogelijk data, namen en in chronologische volgorde.
R: Ja, ik doe dat bewust niet zo. Ik haal het ook weg uit het standaardformat, ik delete het. Soms vind ik het ook misplaatst. Ik hoef niet overal een plaats of een datum bij. Mensen worden er ook zenuwachtig van, die denken ik moet die namen en data onthouden, maar ik kan helemaal geen data onthouden. En soms.. Bij het ene vind ik het relevant, en bij het andere vind ik het helemaal niet spannend. Soms denk ik wel, ik wil heel graag weten met wie je dan was en hoe heette die broer, of die oom. Dat vraag ik dan, dan breek ik even in. I: En dat bewaar je niet tot de nadere vraagstelling?
R: Nee.2
In hoeverre de hoormedewerker het vrije relaas probeert te structureren hangt ook af van wat de asielzoeker vertelt. Sommige asielzoekers zijn na twee zinnen klaar met het nader gehoor, terwijl anderen pagina’s lang, onafgebroken kunnen vertellen. Verschillende hoormedewerkers gaven me tijdens de pauzes van de gehoren voorbeelden, zoals over een Iraniër die zijn asielrelaas begon bij de geboorte van zijn grootvader, om vervolgens zijn asielrelaas in het volledige historische kader te beschrijven. Terwijl het vrije relaas van andere asielzoekers niet verder ging dan de opmerking ‘het was oorlog, dus ben ik gevlucht’. Als een asielzoeker uit zichzelf erg veel vertelt, zeggen de meeste hoormedewerkers de asielzoeker richting de kern van het relaas proberen te sturen. Minder ervaren medewerkers zeggen dat ze dit vooral in het begin moeilijk vonden, uit angst om essentiële onderdelen van het relaas te missen.
De meeste hoormedewerkers stellen na afloop van het vrije relaas een aantal standaardvragen die zijn voorgeschreven door het format dat voor het nader gehoor wordt gehanteerd.
R: [Er] zijn wel al wat standaardvragen in het format van het NG opgenomen. Dat zijn echt standaard vragen die na het relaas komen die we aan iedereen stellen die komt voor zo’n tweede gesprek. Maar daarna heb ik alle vrijheid om te zeggen om het relaas verder te gaan bevragen.3
Door middel van het format wordt verzekerd dat alle vijf de vervolgingsgronden van de vluchtelingendefinitie aan de orde komen. Per vervolgingsgrond wordt de asielzoeker gevraagd of hij nog problemen heeft ervaren in zijn land van herkomst. De vragen dienen door de asielzoeker met ja, of nee beantwoord te worden. Als het antwoord ‘ja’ is, stellen de hoormedewerkers hierover later nog aanvullende vragen
Ten aanzien van Syrische asielzoekers is er door de IND de keuze gemaakt om hoormedewerkers deze vragen aan het begin van het gehoor te laten stellen.
I: Heb ik nou goed gezien dat jij die vragen voor het vrije relaas stelt, terwijl veel mensen dat pas erna doen?
R: Nee, dat is het Syrië-format. Bij andere nationaliteiten doe je dat erna. Maar bij Syrië niet. Ik vind dat persoonlijk ook prettiger. Het is een soort controle vooraf, van wat gaat er komen. En bij de samenvatting achteraf kun je dat nog een keer controleren. Dat vind ik heel belangrijk. Als je anders later moet beslissen, of je beslist op een gehoor van iemand anders dan is dat zoveel moeilijker. Omdat je dan zelf moet gaan kijken wat er belangrijk is geweest en als er niet goed is afgekaderd is er vaak ook niet goed doorgevraagd en dan wordt het heel moeilijk om je beslissing te motiveren. En bij Syrië maakt dat misschien niet zoveel uit, want er wordt toch meestal het voordeel van de twijfel gegeven. Maar je motiveert liever gewoon goed.4
Vooral de vraag of de asielzoeker nog problemen heeft gehad omdat hij behoort tot een bepaalde sociale groep, werd door veel asielzoekers bij wiens gehoor ik aanwezig was, niet meteen begrepen. Tijdens een flink deel van de gehoren die ik bijwoonde, vroeg de asielzoeker wat hij daaronder moest verstaan. De hoormedewerkers hadden niet altijd een paraat antwoord op deze vraag en noemden meestal een voorbeeld om dit illustreren.
Na het vrije relaas en de standaard vragen over de vervolgingsgronden, nemen de meeste hoormedewerkers even pauze om de strategie voor het verdere verloop van het gehoor te bepalen. Hoormedewerkers beschikken niet over uitgebreide instructies over welke vragen zij tijdens het gehoor moeten stellen en bepalen dus zelf hoe ze het gehoor verder invullen en over welke aspecten van het relaas zij meer duidelijkheid verlangen. Onderstaande medewerker denkt dat de reden hiervoor is dat er tijdens de opleiding amper aandacht wordt besteed aan hoe doorgevraagd moet worden:
I: Hoe weet je wat te vragen.
R: Dat is puur intuïtief. Ik heb de opleiding gehad, en ik heb die later [nog een keer] gevolgd omdat ik zelf beslisopleiding geef. […]. [Tijdens] hooropleidingen [wordt vooral geleerd hoe] de asielzoeker op zijn gemak te stellen en alles in goede banen te leiden. Aan het doorvragen wordt amper aandacht besteed. Je zult dus op eigen intuïtie een goed gehoor te moeten geven.5
Gedurende deze pauze gaan de hoormedewerkers voor zichzelf na wat de relevante aspecten zijn van het relaas en waarover ze nadere vragen willen stellen. Onervaren medewerkers sturen tijdens deze pauze het rapport van het gehoor naar hun begeleider en gaan met hen in gesprek over de te volgen strategie
I: Bij het nader gehoor, bepaal je vooraf een bepaalde insteek?
R: Na het vrije relaas ga je je strategie bepalen.
I: Wat voor strategieën zijn er zoal voor handen?
R: Ja, eeh, goh, meestal, en daarom is het ook fijn als je zelf beslist. Iedereen focust op iets anders. Wat voor mij van belang is, is de waarheid. Dus je neemt de dingen waarover je niet helemaal zeker bent en daar ga je onderzoek naar doen. Vaak kijk je in een bepaalde volgorde, zodat je het verhaal compleet hebt, zonder bevooroordeeld te zijn. Ik kan zo snel niet een voorbeeld geven. Wat ik doe is dat ik mensen eerst altijd zelf de gelegenheid geef om dingen te vertellen. Als ik er dan niet uitkom, dan ga ik directere vragen stellen. Maar, eh, ze scoren punten als ze er zelf mee komen. Dus in die zin. Als ik ervan overtuigd raak dat mensen de waarheid vertellen, dan kan dat mede komen doordat ze uit zichzelf al heel logisch vertellen over wat er gebeurd is. Wat ik altijd doe is meegaan in de situatie en ga voor mezelf na wat de meest logische reactie is? Wat ga je doen? Als er dan geen logische reactie volgt, wil ik graag weten waarom ze dat dan niet deden? Dat is dan eerst een open vraag: van vertel maar. En vervolgens vraag ik, maar heb je ook dit gedaan, en zo niet, waarom niet?
I: Dus als alles logisch is, stel je verder geen vragen?
R: Nee, want dan is het logisch, dus dan klopt het verhaal. Dan klopt het plaatje.6
Bovenstaande medewerker hecht er vooral aan dat hij de beweegredenen van de asielzoeker om zich op een bepaalde manier te gedragen, kan volgen en of dit gedrag op hem een logische indruk maakt. Dit type argumenten wordt door hoormedewerkers vaak gebruikt als reden om nadere vragen te stellen. Andere medewerkers benadrukken dat ze tijdens de pauze van het gehoor actief naar informatie op zoek gaan, waarop zij hun nadere vraagstelling kunnen baseren. Door vragen te baseren op informatie die ook te verifiëren is, kunnen zij de antwoorden van de asielzoeker ook daadwerkelijk vergelijken met informatie uit andere bronnen. De meeste medewerkers zeggen in een pauze na het nader gehoor de belangrijkste onderdelen die relevant kunnen zijn voor de asielaanvraag voor zichzelf te identificeren. Eerder weet de hoormedewerker ook niet met zekerheid waarop de asielzoeker zijn asielaanvraag gaat baseren:
I: Wat heeft de inhoud van het vrije relaas voor invloed op de vragen die jij vervolgens stelt?
R: Ja een grote invloed. […] Op basis van het relaas is iemand waarschijnlijk naar Nederland gekomen en jij zult moeten beoordelen of dat ook daadwerkelijk het geval is. En vaak is het zo dat als het relaas aannemelijk is dan is het relaas ook dusdanig dat het ergens toe kan leiden. Dus je zult je daarop moeten concentreren. En vaak neem je dus ook na het vrije relaas een pauze om te bekijken wat nu belangrijke onderdelen van het relaas zijn. En daarover kun je dus weer aanvullende informatie verzamelen die je weer kunt gebruiken om je nadere vragen te formuleren.
I: Doe je dat vaak, in de pauze?
R: Nou op het moment dat iemand een verhaal heeft, bijvoorbeeld als hij zegt te behoren tot een politieke groepering, dan weet je dat vaak pas op dat moment. Uit het eerste gehoor kun je daar soms wel iets uit opmaken. Maar wat zijn rol precies is geweest? Daar ga je daar toch ambtsberichten voor bekijken. Thematische ambtsberichten, daar kun je in kijken hoe die organisatie in elkaar zit en of daarover nog iets is gemeld. En mocht daar uiteindelijk niets over instaan dan, wat heel vaak het geval is, heb je nog een mogelijkheid om BLT in te schakelen, dus via het RIC.7
De meeste medewerkers vertellen dat ze zich na het vrije relaas beperken tot het stellen van vragen over zaken die door de asielzoeker tijdens het vrije relaas zijn genoemd. Sommige medewerkers antwoorden desgevraagd dat ze daarnaast ook zelfstandig beslissen om vragen te stellen over elementen waarover tijdens het vrije relaas niets is gezegd.
I: Is dat dan afhankelijk van wat iemand in het vrije relaas vertelt en wat er in de standaardvragen over de verdragsgronden wordt geantwoord? Ga je dan in de rest van het gehoor alleen nog uitvragen?
R: In Irak was het eerst bijvoorbeeld voor dat christenen dat ze problemen hadden en anderen hebben ook problemen, dat was dat voldoende om in aanmerking komen voor verblijf. Daarvan kun je wel vragen van zijn er anderen die u kent die problemen hebben gehad. Dat kan iets zijn wat iemand zelf over het hoofd ziet in zijn dagelijkse ellende. Als je weet dat dat belangrijk kan zijn, moet je dat wel vragen. Maar je gaat niet zeggen: u kent toch wel andere mensen die ook problemen hebben gehad?
I: Nee, Maar ook niet: kent u andere mensen die…
R: Jawel, dat kan wel. Als er bepaalde onderwerpen zijn die belicht moeten worden, dan moet je ze belichten.8
Bovenstaande medewerker stelt dat het niet zijn taak is om te vissen naar informatie die zou kunnen leiden tot vergunningverlening. Hij legt de verantwoordelijkheid voor het aanvoeren van de juiste informatie dus grotendeels bij de asielzoeker. De medewerker hieronder stelt juist dat asielzoekers niet altijd even goed op de hoogte zijn van wat wel en wat niet valt onder de juridische term vervolging. Zij stellen juist daarom uitdrukkelijk vragen over mogelijk relevante gebeurtenissen, die de asielzoeker in eerste instantie niet uit zichzelf aanvoert.
I: Hoe stel je iemands asielmotieven vast?
R: In het NG.
I: Ja…
R: Je begint met de inleidende vragen, dan ga je inkaderen, dan ga je na wat op een verdragsgrond zou kunnen zien. Dat ga je verder uitvragen. Het is ook heel belangrijk om te kijken of er geen dingen zijn die de betrokkene als heel vanzelfsprekend ziet, maar die wel relevant kunnen zijn. Bijvoorbeeld met hele kleine minderheden uit Afghanistan. Het kan zijn dat iemand dagelijks wordt mishandeld vanwege zijn geloof. Maar omdat het dagelijks gebeurt, is het voor hem iets normaals dat hij niet noemt. In de samenvatting kun je ook nog verifiëren of je alles hebt ten aanzien van de reden voor de vlucht.9
Of zoals deze hoormedewerker het treffend verwoordt:
R: Je geeft iemand zelf de gelegenheid om te vertellen. Je helpt hem daar een beetje bij door vragen te stellen. Hij weet ook niet wat wij willen weten.10