De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.8.1:I.3.8.1 Het tijdstip van indiening of aanhangigmaking
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/I.3.8.1
I.3.8.1 Het tijdstip van indiening of aanhangigmaking
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285005:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot 1983 was het traditie dat de voorstellen werden ingediend door de regering op of kort na de dag waarop de nieuw verkozen Tweede Kamer voor het eerst samenkwam. De kabinetsformatie was nog niet afgerond, maar de indiening had al plaatsgevonden. Geleidelijk aan is er steeds meer tijd gekomen tussen het aantreden van de nieuwe Tweede Kamer en de indiening van het voorstel in tweede lezing door de regering.
Bijvoorbeeld: de regering onder het kabinet-Balkenende IV diende op 20 april 2007 een voorstel in voor de tweede lezing, terwijl de nieuwe Tweede Kamer op 30 november 2006 al was geïnstalleerd. De Raad van State adviseerde eerder in 2003 om terug te gaan naar de traditie van vóór 1983.1 De Raad gaf daarvoor twee argumenten: 1) zo is er meer tijd voor de Tweede Kamer om het voorstel te overwegen en 2) zo sluit deze handelwijze aan bij artikel 137 lid 4 Gw waarin staat dat de kamers het voorstel hebben te overwegen.
In 2017 ging het overigens weer conform de lijn van 1983: de regering diende op 23 maart 2017 het voorstel in, precies op de eerste dag van samenkomst van de nieuwe Tweede Kamer.2
Bij initiatiefvoorstellen komt voor dat de aanhangigmaking reeds vóór de datum van samenkomst van de nieuwe Tweede Kamer plaatsvindt. Voordeel is dan dat de Afdeling advisering van de Raad van State gelet op artikel 18 Wet op de Raad van State al een advies kan uitbrengen voordat de nieuwe Kamer aantreedt. Het voorstel-Halsema werd bijvoorbeeld al op 8 maart 2010 (in tweede lezing) aanhangig gemaakt, terwijl de nieuwe Tweede Kamer pas op 17 juni 2010 aantrad. De Afdeling advisering van de Raad van State had al op 2 juni 2010 een (blanco) advies uitgebracht.3 Bij regeringsvoorstellen komt een praktijk van eerdere indiening niet voor, hoewel daar juridisch geen bezwaren tegen bestaan, zolang de nieuwe Tweede Kamer het voorstel in tweede lezing maar overweegt. Eerdere indiening is op zich niet nodig, omdat de Raad van State al voor de installatie van een nieuwe Tweede Kamer gevraagd kan worden om advies.