Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.10
II.6.8.10 Een raadgevend referendum
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284947:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het raadgevend referendum was als volgt opgezet. Nadat een wet is aangenomen door de Staten-Generaal en door de Koning is bekrachtigd, kregen burgers de mogelijkheid om voldoende handtekeningen in te zamelen om een raadgevend referendum mogelijk te maken. Indien het referendum een afwijzing opleverde, dan was het gevolg dat er zo spoedig mogelijk een voorstel van wet wordt ingediend dat uitsluitend strekt tot intrekking van de wet of tot regeling van de inwerkingtreding van de wet, zie art. 11 Wrr (oud).
Deze wet heeft de mogelijkheid geopend tot een referendum over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne (6 april 2016) en een referendum over de Wet op de inlichten- en veiligheidsdiensten (21 maart 2018).
Kamerstukken II 30372, nr. 3, p. 14.
Handelingen I 2017/18, 38, item 14, p. 1; Stb. 2018, 214.
Zie: Kamerstukken II 1999-2000, 27034, 3, p. 16.
Tussen 1 juli 2015 en 11 juli 2018 bestond er in Nederland de wettelijk vastgelegde mogelijkheid voor burgers om een (niet bindend) raadgevend referendum1 te initieren.2 Hier zien we dat een raadgevend referendum niet kan gaan over een grondwetsherziening, zie artikel 5, aanhef en onder d Wrr (oud):
‘Geen referendum kan worden gehouden over wetten tot verandering in de Grondwet en wetten houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel hiertoe in overweging te nemen; […]’
Let wel, een raadgevend referendum is dus uitgesloten bij wetten tot verandering in de Grondwet én bij verklaringswetten. Er zijn twee redenen voor deze bepaling. Ten eerste geeft de memorie van toelichting aan dat na de bekrachtiging van de verklaringswet er een verplichting bestaat om het voorstel in tweede lezing in te dienen.3 Strikt genomen gaat het overigens om de bekendmaking, zie artikel 137 lid 3 Grondwet. Een raadgevend referendum kan er toe leiden dat de wet wordt ingetrokken. Voor lid 3 is de bekendmaking beslissend en deze bekendmaking heeft al plaatsgevonden. In zoverre verhoudt het raadgevend referendum in deze vorm zich moeilijk met artikel 137 Grondwet. Ten tweede staat artikel 139 Grondwet in de weg aan een raadgevend referendum over een voorstel in tweede lezing, omdat de inwerkingtreding terstond plaatsvindt na de bekendmaking.4 Los van deze meer technische punten lijkt het mij niet een geschikt moment om een raadgevend referendum pas te houden, nadat er in tweede lezing met gekwalificeerde meerderheid is gestemd in beide kamers voor een voorstel. De Wet raadgevend referendum was geen onverdeeld succes. Op 10 juli 2018 nam de Eerste Kamer een wetsvoorstel aan die de Wet raadgevend referendum intrekt.5
Eerder gold overigens de Tijdelijke referendumwet. Deze wet gold van 1 januari 2002 tot 1 januari 2005. Deze wet gaf de burger de mogelijkheid een raadgevend referendum te organiseren. Overigens heeft deze wet nooit geleid tot een daadwerkelijk referendum. Ik stip deze wet even kort aan, omdat deze wet grondwetsherzieningen uitsloot voor de mogelijkheid van een raadgevend referendum.6