Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.4.2.2:7.4.2.2 Onzuiverheid van de term ‘omkering van de bewijslast’
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.4.2.2
7.4.2.2 Onzuiverheid van de term ‘omkering van de bewijslast’
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940727:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Happé e.a. 2010, p. 395, Albert 2005, p. 166 en Koopman 1996, p. 132.
Ook A-G Wattel hanteert deze term, zie de bijlage bij zijn Conclusie bij HR 23 september 2005, BNB 2006/21. Happé e.a. 2010, p. 395 spreken van een ‘verlegging’, Albert 2005, p. 166 van een ‘verplichte toedeling’.
Feteris spreekt van ‘verplichte toedeling en verzwaring van de bewijslast’, Feteris 2007, p. 310. Ook deze omschrijving ontbeert echter het eenzijdige en partiële karakter van de maatregel.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in fiscalibus volstrekt ingeburgerde term ‘omkering van de bewijslast’ is zowel onvolledig als onjuist. Dit wordt in de literatuur ook algemeen erkend.1 In de eerste plaats vindt de omkering slechts in één richting plaats, namelijk van de inspecteur naar de belastingplichtige. Van omkering is dan ook slechts sprake met betrekking tot positieve heffingscomponenten. Er vindt nimmer omkering plaats ten aanzien van de negatieve heffingscomponenten: de bewijslast ter zake rustte immers reeds bij de belastingplichtige. De term ‘omkering’ is bovendien niet zuiver: van de belastingplichtige, op wie volgens de normale regels de bewijslast niet rust, wordt het bewijs van het tegendeel gevraagd. Er is daarom veeleer sprake van een (eenzijdige) verschuiving van de bewijslast.2 In de tweede plaats blijft één van de belangrijkste effecten, te weten de verzwaring van de vereiste bewijsgradatie, onbenoemd. Ook die verzwaring werkt eenzijdig: alleen de belastingplichtige draagt deze zwaardere last.
Een veel betere omschrijving zou daarom zijn: ‘eenzijdige, partiële verschuiving en verzwaring van de bewijslast’.3 Het is duidelijk dat de gangbare uitdrukking de charme van de eenvoud en de bondigheid heeft. Omdat het gebruik in de literatuur zó wijdverbreid en algemeen geaccepteerd is, zal ook ik mij in het vervolg bedienen van de (deels onjuiste en deels onvolledige) term ‘omkering van de bewijslast’.