Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/2.2.10:2.2.10 Rechtsgevolgen
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/2.2.10
2.2.10 Rechtsgevolgen
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254051:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. BW Boek 5 1981, p. 322 (MvA II).
Parl. Gesch. BW Boek 5 1981, p. 278 (MvA II).
Parl. Gesch. BW Boek 5 1981, p. 278 (MvA II).
Anders: Van Velten, in: Erfpacht 1995, p. 56 en Van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed 2018/12.10.
Vgl. par. 3.2.4.
Rb. Utrecht 15 augustus 2001, NJ 2002/291, r.o. 4.12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
103. Het vonnis van de rechter wijzigt het beperkte recht (of heft het beperkte recht op).1 Inschrijving van het vonnis is dus geen constitutief vereiste voor de wijziging (of opheffing). Voor werking van de wijziging tegenover derde-verkrijgers is inschrijving wel aan te raden, in verband met de werking van art. 3:24 BW. Op grond van art. 3:17 aanhef en onder e BW is het vonnis in te schrijven. Op die manier wordt de werking van art. 3:24 BW uitgesloten.2 De rechter kan een vordering tot wijziging toewijzen onder door hem te stellen voorwaarden (art. 5:81 lid 1 BW respectievelijk art. 5:97 lid 2 (jo. art. 5:104 lid 2) BW). De rechter heeft hier “de grootst mogelijke vrijheid”.3 Dat betekent dat de voorwaarde niet alleen in betaling van een schadeloosstelling kan bestaan, maar bijvoorbeeld ook in de verplichting voor de eigenaar van het dienende erf tot het aanbrengen van een wijziging in de feitelijke toestand van zijn erf. Ook is het opleggen of verhogen van een retributieverplichting of canonverplichting mogelijk.4
104. De wijziging via een imprévision-bepaling heeft overigens niet tot gevolg dat een nieuw recht ontstaat.5 Een wijziging leidt tot voortzetting van het beperkte recht in gewijzigde vorm.6 Partijen zijn er doorgaans ook niet op bedacht (en hoeven dat dus ook niet te zijn) dat een wijziging door de rechter in feite het ontstaan van een nieuw recht tot gevolg heeft. Rechters houden overigens ook in de gaten of een wijziging nog wel een wijziging is of toch een opheffing. Zo neemt de rechtbank Utrecht aan dat “de gevorderde wijziging van de erfdienstbaarheid dermate ingrijpend [is] dat zij naar het oordeel van de rechtbank op één lijn moet worden gesteld met de opheffing van die erfdienstbaarheid.”7