De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/3.6.3:3.6.3 Betekening van het stuk dat het geding inleidt
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/3.6.3
3.6.3 Betekening van het stuk dat het geding inleidt
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS381869:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 3 juli 1990, C-305/88, Jur. 1990, p. 1-2725, NJ 1993, 75 (JO). Reeds in het arrest Pendy Plastic ProductsfPluspunkt (HvJ EG 15 juli 1982, 228/81, Jur. 1982, p. 2723, NJ 1983, 782 (WHH)) heeft het HvJ EG bepaald dat de erkenning en tenuitvoerlegging van een beslissing geweigerd kunnen worden, indien de aangezochte rechter tot de vaststelling komt dat het gedinginleidende stuk niet tijdig aan de verweerder is betekend, zelfs indien de betekening regelmatig is geschied.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 27 sub 2 EEX-Verdrag stelt aan de betekening van het gedinginleidende stuk twee voorwaarden, namelijk de betekening moet regelmatig en zo tijdig als met het oog op de verdediging van de gedaagde noodzakelijk worden verricht. Deze voorwaarden dienen ingevolge het Lancray I Peters-arrest cumulatief te worden toegepast.1Art. 34 sub 2 EEX-Vo kent de regelmatigheid als zodanig niet als een weigeringsgrond. Het artikel bepaalt slechts dat de betekening op een wijze moet worden verricht als met het oog op de verdediging van de verweerder nodig is geweest.
Er zij nogmaals opgemerkt dat de toetsing van art. 34 sub 2 EEX-Vo als ook die van art. 27 sub 2 EEX-Verdrag slechts verricht moet worden, indien sprake is van een verstekbeslissing. Zodra de verweerder is verschenen, is deze bepaling niet van toepassing. Hij had immers in de procedure in de lidstaat van herkomst een beroep moeten doen op de niet-tijdigheid van de betekening van het gedinginleidende stuk.