Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.2.4
4.5.2.4 Deelnemingsrechten en deposito’s
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193588:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie overweging 8 Icbe-Richtlijn IIIB.
Art. 50 lid 1 sub e sub I, II en III Icbe-Richtlijn.
CSSF, Q&A UCITS, version 1.5, januari 2018, question 1.3 en Central Bank of Ireland, UCITS Acceptable Investment in other Investment Funds, https://www.centralbank.ie/regulation/industry-market-sectors/funds/ucits/guidance/ucitsacceptable-investments-in-other-investment-funds (laatst bekeken op 2 augustus 2018).
Central Bank of Ireland, UCITS Acceptable Investment in other Investment Funds, art. 2. https://www.centralbank.ie/regulation/industry-market-sectors/funds/ucits/guidance/ucits-acceptable-investments-in-other-investment-funds.
ESMA/2012/721.
Overweging 8 Icbe-Richtlijn IIIB.
Art. 50 lid 1 sub f Icbe-Richtlijn.
Art. 7 aanhef en onder b, CB UCITS Regulations 2015.
Icbe’s mogen beleggen in deelnemingsrechten van andere icbe’s en in deelnemingsrechten van andere beleggingsinstellingen.1 Deze icbe’s en andere beleggingsinstellingen dienen volgens hun reglement of statuten maximaal 10% van hun eigen activa te mogen beleggen in rechten van deelneming van andere icbe’s of beleggingsinstellingen. Hiermee wordt beoogd een ‘cascadeverschijnsel’ te voorkomen en ondoorzichtige structuren tegen te gaan.2
Abi’s en beleggingsinstellingen die in derde landen zijn gevestigd, dienen aan drie extra voorwaarden te voldoen.3 Allereerst dienen deze instellingen onderworpen te zijn aan toezicht dat naar het oordeel van de bevoegde toezichthouder gelijkwaardig is aan de icbe-regelgeving. De samenwerking tussen de toezichthouders dient bovendien gewaarborgd te zijn. Het niveau van bescherming van deelnemers in de andere instelling moet eveneens gelijkwaardig zijn aan dat van de deelnemers in de icbe. Dit betreft meer in het bijzonder de vermogensscheiding en het aangaan van leningen of ongedekte posities in effecten en geldmarktinstrumenten. De beleggingsinstelling dient ook aan de regels omtrent het beleggingsuniversum en de spreidingsvereisten van de icbe-regelgeving te voldoen. Dat is althans de visie van de Luxemburgse en Ierse toezichthouder.4 In Nederland dient het beleggingsuniversum niet ruimer te zijn dan dat van een icbe en dient het beginsel van risicospreiding toegepast te worden.5 Het is onduidelijk of daarmee gedoeld wordt op alle spreidingsvereisten uit de Richtlijn. In Nederland is op dit onderwerp geen nadere guidance gegeven door de toezichthouder. In Ierland dient de toezichthouder goedkeuring te verlenen aan het beleggen in beleggingsinstellingen uit derde landen.6 Over de activiteiten van de beleggingsinstelling moet halfjaarlijks worden gerapporteerd. Luxemburg en Nederland vereisen dat niet.
In rechten van deelneming in beleggingsinstellingen die niet aan deze voorwaarden voldoen, mag een icbe niet beleggen, ook niet als onderdeel van de trash bucket die in paragraaf 4.5.2.1 is beschreven.7
Gegeven de ontwikkelingen op de markten en de voltooiing van de economische en monetaire unie werd het in 2002 ook wenselijk gevonden om icbe’s toe te staan in deposito’s te beleggen.8 Hier zijn eisen aan verbonden ten aanzien van liquiditeit en tegenpartijrisico:
De statutaire zetel van de kredietinstelling moet óf in een lidstaat gevestigd zijn óf in een derde land, maar in dat geval moet de instelling onderworpen zijn aan bedrijfseconomische voorschriften die naar het oordeel van de bevoegde toezichthouder gelijkwaardig zijn aan die in de Europese Unie.9 In Ierland is bepaald dat dit kredietinstellingen zijn uit lidstaten die de Basel-standaarden hebben ondertekend.10
Het deposito moet onmiddellijk opeisbaar zijn of kunnen worden opgevraagd en binnen een periode van ten hoogste 12 maanden vervallen.11