Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.3.4
6.3.4 Verschillen tussen het CIO-convenant en het convenant Goede Doelen
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633520:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, artikel 4, p. 5.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, artikel 8, p. 7.
CIO-convenant, artikel 2, p. 2.
Bijlage 2 bij het CIO-convenant, p. 2, sub e.
https://www.cbf.nl/waar-moet-mijn-organisatie-aan-voldoen, laatst geraadpleegd op 29 november 2021.
Bijlage 1 bij het CIO-convenant, bij ‘Algemeen belang’.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, artikel 5, p. 6.
Convenant Erkenningsregeling Goede Doelen, 29 juni 2018, artikel 3, p. 5, zie ook bijlage 2 Procesbeschrijving Toezicht op Toezicht, p. 18.
Bijlage 2 bij het CIO-convenant, p. 2, sub a en b.
Bij vergelijking van het CIO-convenant en het convenant Goede Doelen vallen de volgende verschillen op.
Op grond van het convenant Goede Doelen is het mogelijk om zowel de Erkenning als de anbi-status tegelijk aan te vragen: gezamenlijk aanvraagproces.1 Een soortgelijke bepaling ontbreekt in het CIO-convenant omdat dit convenant geen erkenningsregeling bevat zoals het convenant Goede doelen.
Het convenant Goede Doelen bevat een expliciete bepaling over informatie-uitwisseling. Zo zal het CBF als toezichthouder de Belastingdienst informeren over aangesloten anbi’s als het CBF aanwijzingen in verband met die instellingen heeft die op misstanden duiden.2 Een dergelijke expliciete bepaling over informatie-uitwisseling in verband met misstanden ontbreekt in het CIO-convenant. Wel is er een algemene bepaling dat partijen (CIO en de Belastingdienst) ‘informatie uitwisselen binnen de daarvoor bestaande wettelijke kaders van vertrouwelijkheid’.3 Ook is er een bepaling in bijlage 2 bij het convenant dat de Stichting CIO-ANBI periodieke terugkoppeling geeft aan de Belastingdienst aan de hand van op te stellen rapportageformats over de wijze waarop binnen elk kerkgenootschap het toezicht vorm en inhoud heeft gekregen.4
Bijlage 1 van het convenant Goede Doelen bevat net als het CIO-convenant een toetsingskader dat gebaseerd is op de anbi-regeling, maar het toetsingskader van het convenant Goede Doelen is onderverdeeld in vier categorieën instellingen op basis van de omvang van omzet.5 Hoe groter de omzet van een instelling, hoe strenger de normen. Een dergelijke differentiatie ontbreekt in het CIO-convenant, hoewel ook bij het CIO zowel grotere als kleinere instellingen zijn aangesloten.
In het toetsingskader van het convenant Goede Doelen is met name de uitwerking van de (hierna nog te bespreken) administratie-eis en de publicatieplicht veel gedetailleerder dan in het CIO-convenant. Het toetsingskader van het convenant Goede Doelen bevat in tegenstelling tot het CIO-convenant geen informatieplicht over voormalige anbi’s.
In het CIO-toetsingskader is een bepaling opgenomen dat de bij het CIO aangesloten kerkgenootschappen “zonder fiscaalrechtelijke twijfel” het algemeen belang in de zin van de anbi-regeling dienen.6 Een soortgelijke bepaling ontbreekt in het toetsingskader van het convenant Goede doelen. Wel bevat dit laatste convenant een bepaling dat wanneer een instelling erkend is door het CBF, die instelling door de materiële gelijkwaardigheid van de anbi- en Erkenningsnormen ook voldoet aan de eisen die aan een anbi worden gesteld.7
Het toezichtsysteem van het CBF omvat drie toetsen: een initiële toetsing bij de aanvraag voor de Erkenning, een jaarlijkse beperkte toets op hoofdlijnen en voor organisaties (categorie C en D) met een omzet van meer dan 500,000 euro een uitgebreide driejaarlijkse hertoetsing.8 In het CIO-convenant ontbreekt een expliciete bepaling hierover. Wel is er een bepaling in bijlage 2 bij het convenant dat de Stichting CIO-ANBI vaststelt of het kerkgenootschap de stukken die bij de toezichtmatrix horen, juist en volledig invult en aanlevert en periodiek en steekproefsgewijs de nakoming van de door het kerkgenootschap in de toezichtmatrix beschreven procedures.9