Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/4.7.6.2.4
4.7.6.2.4 Uitzonderingen op de full shield-bescherming
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS394304:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Canada Life Assur. Co. v. Estate of Lebowitz, 185 F.3d 231, 236 n.4 (4
In de Minnesota bepaling wordt dit benadrukt door de woorden: '[MJerely on account as partner'. In de regeling van New York staan de woorden: '[SJolely by reason of being such a partner' en staat het daarnaast apart opgenomen.
Comment 3 bij RUPA 1997, § 306. Zie voor een expliciete opname bijvoorbeeld: Connecticut: Conn. Gen. Stat. § 34-327(e)(d) en New York: N.Y. Partnership Law § 26(c)(i).
N.Y. Partnership Law § 26(c)(i).
RUPA 1997, § 807(c).
N.Y. Partnership Law § 26(d) en United States v. 175 Inwood A,ssocs. LLP, 330 F. Supp. 2d 213 (E.D. N.Y. 2004).
Minn. Stat. § 323.14 sub d.
Griffin v. Fowler, 260 Ga. App. 443, 579 S.E.2d 848, n.1 (2003).
Comment 3 bij RUPA 1997, § 306.
Bromberg, A.R. en L.E. Ribstein (2009), supra noot 125, § 3.11(b). Regelingen die iets meer bepalen over deze aangelegenheden zijn de regelingen van Maryland en Minnesota: Md. Code Ann., Corps.&Assns. § 9A-307(d)(3) en Minn. Stat. § 323A.0306(d).
Bromberg, A.R. en L.E. Ribstein (2009), supra noot 125, § 3.11(c).
Model Rule 1.8(h).
De beperking van de aansprakelijkheid onder een full shield is niet absoluut. De vennoten blijven aansprakelijk voor het door hen in de onderneming geïnvesteerde bedrag. Het bedrag kan hoger zijn wanneer de vennoten onderling hebben afgesproken dat alle of enkele vennoten aan het tekort van de vennootschap moeten bijdragen door het betalen van contributions.1 Daarnaast blijft de vennoot persoonlijk aansprakelijk voor eigen (beroeps)fouten.2 De eigen aansprakelijkheid van de schuldige vennoot is in sommige regelingen expliciet opgenomen, maar wordt over het algemeen ook aanvaard bij gebreke daarvan.3 In tegenstelling tot de Minnesota-regeling is onder de New York-regeling een vennoot ook aansprakelijk voor de daden van personen over wie de vennoot directe supervisie en toezicht had.4 Deze vennoten hebben daarnaast een interne bijdrageverplichting voor het tekort dat is ontstaan naar aanleiding van hun schade veroorzakende handeling. Indien een vennoot niet in staat of gehouden is om bij te dragen, dienen de andere partners dit op te vangen naar rato van hun deel in de verliezen maar alleen voor de verbintenissen waarvoor zij extern aansprakelijk zijn.5 Daarnaast bestaat er in de meeste statelijke regelingen voor de vennoten de mogelijkheid om met de meerderheid van de stemmen de volledige of een deel van de bescherming van alle of sommige vennoten weg te contracteren.6 Indien de statelijke regeling hierover geen bepalingen bevat, wordt over het algemeen aangenomen dat het besluit over de wijziging van de aansprakelijkheidsbeschermingen van vennoten behoort tot de aangelegenheden die buiten de normale werkzaamheden vallen, of gelijk is aan een besluit tot wijziging van de vennootschapsovereenkomst
Om de volledige bescherming te verkrijgen, is ook vereist dat de aansprakelijkheid moet zijn ontstaan (arose or accrued), ten tijde dat de vennootschap als een LLP geregistreerd stond.7 Dit kan zorgen voor onduidelijkheid over de status van de verbintenissen die net voor de verkrijging van de LLP-status zijn ontstaan, die gesloten zijn terwijl niet aan alle formele vereisten voor een LLP is voldaan (schijn-LLP) of na het opgeven van de LLP-status. Verbintenissen die zijn ontstaan voor de verkrijging van de LLP-status of wanneer de LLPstatus is doorgehaald, worden behandeld als verbintenissen van een gewone general partnership.8 Over het algemeen wordt aangenomen dat een verbintenis is ontstaan op het moment dat het contract is aangegaan. Latere wijzingen hebben geen effect op deze ontstaansdatum.9 Een verbintenis uit onrechtmatige daad ontstaat op het moment dat de gedraging of handeling zich heeft voorgedaan en niet op het moment dat de schade zich openbaart. Onduidelijkheden kunnen zich voordoen bij duurovereenkomsten. Een voorbeeld hiervan is een huurovereenkomst op grond waarvan op latere tij stippen huur moet worden betaald, of een lening waarover rente betaald dient te worden. De overeenkomst kan zijn aangegaan voordat de omzetting in een LLP heeft plaatsgevonden, terwijl de verplichtingen pas opeisbaar kunnen worden nadat de vennootschap de LLP-status heeft verkregen. De contractsvoorwaarden zijn over het algemeen afgestemd op de situatie van de vennootschap op het moment van het sluiten van het contract, inclusief het verhaalsrecht op het vermogen van de vennoten. Dit verhaalsrecht valt weg als de vennootschap een LLP wordt. Een tegenpartij zou de verwachting kunnen hebben dat ook voor de later opeisbare verplichtingen de hoofdelijke aansprakelijkheid blijft gelden. De LLP-regelingen geven hier doorgaans geen oplossing voor. Zij bepalen veelal dat de bescherming geldt 'voor een vennoot van een LLP'.10 Verbintenissen die zijn ontstaan nadat de LLP-status is verkregen vallen in beginsel onder de bescherming. In beginsel, omdat de vraag rijst of dit ook het geval is bij het aangaan van een overeenkomst die juridisch gezien een zelfstandige overeenkomst is, maar die is aangegaan met een tegenpartij waarmee een serie van contracten is gesloten voordat de LLPomzetting heeft plaatsgevonden. De tegenpartij zou in die situatie in de veronderstelling kunnen zijn dat ook het contract, dat is aangegaan na de verkrijging van de LLP-status, onder dezelfde voorwaarden is gesloten als de eerdere contracten uit de serie. In dat geval zou, om bescherming te kunnen genieten, een kennisgeving van de omzetting in een LLP of het gebruik van de afkorting LLP in de communicatie met deze tegenpartij, gerechtvaardigd kunnen zijn.11 Een dergelijke verplichting tot kennisgeving is niet opgenomen in de wetgeving. Bij beroepsbeoefenaren kan deze voortvloeien uit de beroepsregels of de zorgplicht dergelijke zaken openbaar te maken.12 Een aansprakelijkheidsvordering die ontstaat nadat de LLP-status is opgegeven, maar die voortvloeit uit een contract dat is aangegaan toen de bescherming nog van toepassing was, kan niet worden ingesteld tegen een vennoot die beschermd werd door de LLP-status.