Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.2.2
2.2.2 De vermelding van de te behandelen onderwerpen
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649642:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Hoewel de rondvraag ook in de agenda kan worden opgenomen als ‘w.v.t.t.k’ (wat verder ter tafel komt).
Abma e.a. 2017, p. 182; Stroeve & Cremers 2015, p. 33. Zie ook de geschrapte bpb 4.2.2 van de concept-NCGC 2016. Met de kanttekening dat in sommige gevallen de agenda ook in een andere taal dan het Nederlands of Engels mag dan wel moet worden opgesteld, zie art. 5:25p Wft.
De wet bepaalt voor de NV dat tot de vergadering worden opgeroepen de aandeelhouders en de houders van bewilligde certificaten (2:113 lid 1 BW). Bij de BV worden opgeroepen de aandeelhouders en de overige vergadergerechtigden (2:223 lid 1 BW).
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 40; GS Rechtspersonen/Schwarz 2020, art. 2:114, aant. 1 en art. 2:224 aant. 1; Noldus 1969, p. 258; Van der Heijden/Van der Grinten/ Dortmond 2013, nr. 209; Dumoulin 1999, p. 218; Assink|Slagter 2013, § 44; Buijn 1994, p. 103.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 40, Dumoulin 1999, p. 228.
Kennelijk anders Garcia Nelen 2020, p. 301. Bij de vereniging geldt overigens iets anders. Zie Kollen 2000, p. 145.
Van Leeuwen 1990, p. 81-132, m.n. p. 95-99.
Dumoulin 1999, p. 218. Zie ook Okma 1932, p. 257 die schrijft dat het vermelden van de te behandelen onderwerpen inhoudt dat het elk besluit belet dat een aandeelhouder, die wet, statuten en althans de jongste geschiedenis der maatschappij kent, na lezing der agenda redelijkerwijze niet kan voorzien. Idem Verdam 1948, p. 54.
Assink|Slagter 2013, § 44. De eisen die Assink noemt, vertonen gelijkenis met de eisen die art. 4:19 lid 2 Wft stelt aan door financiële ondernemingen verstrekte informatie. Het artikel bepaalt dat de verstrekte informatie correct, duidelijk en niet-misleidend moet zijn. In de Beleidsregel informatieverstrekking 2018 licht de AFM de eisen nader toe.
Voor concrete handvatten ter beoordeling van de standaard agendapunten op de jaarlijkse algemene vergadering bij beursvennootschappen verwijs ik naar Eumedion 2022, p. 13 e.v.
Nu duidelijk is dat de te behandelen onderwerpen de agenda voor een algemene vergadering vormen, is het van belang te weten hoe de opsteller van de agenda een stem- of bespreekpunt wat betreft vorm en inhoud moet vermelden. Bij formele punten speelt deze vraag niet. De formele punten laten zich niet anders dan als zodanig (‘Opening’, ‘Pauze’, ‘Sluiting’) vermelden. Hetzelfde geldt voor de rondvraag.1
De wet bepaalt niet in welke taal de agenda moet worden opgesteld. Voor beursvennootschappen wordt aangenomen dat zij zelf mogen bepalen of zij de agenda met bijbehorende documenten in het Nederlands of het Engels publiceren.2 Ik ben het daarmee eens. Voor niet-beursvennootschappen zou ik willen aannemen dat een Nederlandstalige agenda het uitgangspunt is, waarvan onder omstandigheden mag worden afgeweken. Het voorstel tot statutenwijziging moet ex art. 2:124/234 lid 1 BW altijd ten minste in het Nederlands worden opgesteld.
Als de agenda zowel in het Nederlands als in het Engels wordt opgesteld is het de vraag welke tekst prevaleert in geval van een discrepantie. Met Stroeve en Cremers meen ik dat dit afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Zie voor een voorbeeld van een (door de OK bekritiseerde) discrepantie in de Nederlandse en de Engelse versie van een toelichting op een agendapunt OK 13 mei 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BI3721 (Hermes c.s./ASMI), r.o. 2.14-2.15.
Over hoe de agendapunten vermeld moeten worden, zwijgt de wet. De parlementaire geschiedenis bevat evenmin voorschriften. In de literatuur is men eensgezind: op basis van een agendapunt moeten de opgeroepenen3 objectief gezien, kunnen beoordelen of hun belangen door de behandeling ervan worden geraakt.4 Is dat niet mogelijk, dan geldt de behandeling van het onderwerp als niet-aangekondigd. Uit de wet volgt dat dan omtrent het betreffende onderwerp in beginsel niet wettig kan worden besloten. Bij de NV kan dat alsnog wel als het besluit met algemene stemmen wordt genomen in een vergadering waarin het gehele geplaatste kapitaal is vertegenwoordigd (art. 2:114 lid 2 BW). Bij de BV is besluitvorming ondanks een ontoereikende aankondiging mogelijk als (i) alle vergadergerechtigden ermee hebben ingestemd dat de besluitvorming over het onderwerp plaatsvindt en (ii) de bestuurders en commissarissen voorafgaand aan de besluitvorming in de gelegenheid zijn gesteld om advies uit te brengen (art. 2:224 lid 2 BW). Dat omtrent het onderwerp niet wettig kan worden besloten, wil zeggen dat het desondanks genomen besluit vernietigbaar is op grond van art. 2:15 lid 1 sub a BW.5 Mijns inziens is het niet mogelijk om in de statuten te bepalen dat over niet-geagendeerde onderwerpen niet besloten kan worden.6 Art. 2:25 jo art 2:15 lid 1 sub a jo art. 2:114/224 lid 2 BW verzet zich daartegen.
Naast dat de niet-correcte vermelding van een onderwerp tot vernietigbaarheid van een genomen besluit leidt, geldt dat een zorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming in de algemene vergadering een beginsel van behoorlijk ondernemingsbestuur is.7 Het niet-correct vermelden van een onderwerp kan daarom onder omstandigheden gegronde redenen opleveren om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken te twijfelen. Ook is het denkbaar dat de onjuiste vermelding van een onderwerp ernstig verwijtbaar is als bedoeld in art. 2:9 BW.
Maar wanneer kan een opgeroepene op basis van de vermelding van het agendapunt objectief gezien beoordelen of zijn belangen door de behandeling ervan worden geraakt? Dat verschilt per onderwerp en hangt af van de omstandigheden van het geval. Dumoulin noemt als voorbeelden van relevante omstandigheden: hetgeen gebruikelijk is bij de betrokken vennootschap, de redelijke verwachtingen van de aandeelhouders en vergadergerechtigden, hun maatschappelijke achtergrond en de mate waarin zij bij de gang van zaken in de vennootschap zijn betrokken.8 Assink schrijft dat het er in essentie telkens om gaat dat: (i) alle materiële informatie die redelijkerwijs voorhanden is wordt verstrekt, (ii) de verstrekte informatie begrijpelijk is voor de vergadergerechtigden, en (iii) een adequaat beeld wordt geschetst van de ter vergadering te behandelen onderwerpen.9 Ik ga hieronder op elk van de door Assink onderscheiden ‘vereisten’ nader in.10 Omdat de correcte vermelding van agendapunten vanwege de dreigende sanctie van vernietigbaarheid met name van belang is voor besluitpunten, ga ik bij de bespreking van de vereisten steeds uit van een besluitpunt. In par. 2.2.2.5 zet ik vervolgens uiteen in hoeverre de vereisten ook gelden voor beslis- en bespreekpunten.
2.2.2.1 Verstrekking van materieel voorhanden zijnde informatie2.2.2.2 Begrijpelijkheid van de informatie2.2.2.3 Adequaat beeld2.2.2.4 Enkele vermeldingsperikelen2.2.2.5 Vereisten aan vermelding beslis- en bespreekpunten