Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.3.2
3.3.2 Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen: cruciale aandeelhouders
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197853:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, p. 36).
Overweging 17 Richtlijn.
Art. 2 lid 2 sub c Richtlijn.
Overweging 17 Richtlijn. Zie uitgebreid over micro-, kleine en middelgrote ondernemingen: Wessels & Madaus 2017, hfst. 10 en Stanghellini e.a. 2018, hfst. 8.
Dit is onjuist juridisch taalgebruik, zie par. 2.3.3.
Overweging 58 Richtlijn. Zie ook Baird & Bernstein 2006, p. 1938.
Zie ook par. 2.4.
Zie verder Wessels & Madaus 2017, p. 336. Zij spreken van soft variables contributors.
Zie ook overweging 59 Richtlijn.
Zie par. 6.5.8.3.
De Richtlijn besteedt in het bijzonder aandacht aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Dit zijn, volgens de Europese definitie, vennootschappen die een onderneming drijven waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet in het voorgaande boekjaar vijftig miljoen euro of het balanstotaal aan het eind van het voorgaande boekjaar 43 miljoen niet overschreed.1 Deze definitie is erg ruim, waardoor 99 procent van alle ondernemingen in de Europese Unie onder deze definitie valt.2 Lidstaten mogen zelf invulling geven aan het begrip micro, klein en middelgroot.3 Nederland heeft met de WHOA aansluiting gezocht bij de Europese definitie.4
Volgens de considerans van de Richtlijn is het waarschijnlijker dat dergelijke ondernemingen eerder liquideren dan herstructureren omdat de herstructureringskosten voor hen te hoog zijn.5 Bij deze ondernemingen zijn aandeelhouders doorgaans niet enkel investeerders. Zij zijn vaak ook de eigenaren6 van de onderneming en dragen ook op een andere manier aan de vennootschap bij dan louter financiële inbreng, bijvoorbeeld door management expertise.7 Ik duid hen aan als ‘cruciale’ aandeelhouders.8 De cruciale aandeelhouder zal bijvoorbeeld tevens manager of bestuurder zijn, denk aan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) of de arts die tevens aandelen in de praktijk houdt.9 Het gaat vooral om een aandeelhouder met expertise in de bedrijfsvoering van de vennootschap. De ervaring, kennis, reputatie of zakelijke contacten van de cruciale aandeelhouder is nodig voor een succesvolle herstructurering.10
Aangezien de cruciale aandeelhouder niet enkel een geldschieter is, maakt dit dat zijn blijvende betrokkenheid bij de onderneming belangrijk is voor de toekomst van de onderneming. Met andere woorden, hij is cruciaal voor de herstructurering. De Richtlijn bevat een aantal specifieke bepalingen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. Zo is een cross class cramdown optioneel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen of is afwijking van de cross class cramdown vereisten, waaronder de APR, mogelijk. Een aandeelhouder mag in beginsel onder de APR niets ontvangen en geen aandelenbelang behouden voordat senior klassen volledig zijn voldaan. Een aandeelhouder zal dan doorgaans geen uitkering ontvangen. De Nederlandse WHOA bevat de mogelijkheid af te wijken van de APR ten aanzien van cruciale aandeelhouders.11 De mogelijkheid om af te wijken van de APR stimuleert dat het bestuur van een vennootschap dat bestaat uit cruciale aandeelhouders tijdig(er) een akkoord aanbiedt. Weten aandeelhouders immers bij voorbaat dat zij hun aandelenbelang kwijtraken, dan zullen ze doorgaans geen prikkel hebben mee te werken aan een herstructurering.
Waar relevant geef ik hierna de regels aan die specifiek gelden voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.