Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.5.2.3
4.5.2.3 Geldmarktinstrumenten
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193553:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 50 lid 1 sub a, b, c en h Icbe-Richtlijn.
Art. 50 lid 1 sub h Icbe-Richtlijn en art. 5, 6 en 7 Toegestane activa-Richtlijn. Voor een toelichting op deze categorieën zie Busby, (2008). Er mag ook voor maximaal 10% belegd worden in andere effecten en geldmarktinstrumenten dan bedoeld in art. 50 lid 1 Icbe-Richtlijn. Zie ook de toelichting op effecten.
Art. 2 lid 1 onder o Icbe-Richtlijn.
Art. 3 lid 2 Icbe-Richtlijn.
CESR/06-005, punt 63 en 64.
Art. 4 lid 1 Toegestane activa-Richtlijn.
Art. 4 lid 2 Toegestane activa-Richtlijn.
Art. 2 onder 2 Geldmarktfonds-Verordening.
Zie overweging 4 Icbe-Richtlijn IIIB.
Icbe’s mogen ook beleggen in geldmarktinstrumenten.1 Dit betreft zowel geldmarktinstrumenten die wel, als geldinstrumenten die niet worden verhandeld op een gereglementeerde markt. Voor instrumenten die niet op een gereglementeerde markt worden verhandeld gelden wel additionele voorwaarden.2
Geldmarktinstrumenten zijn gedefinieerd als instrumenten die aan de volgende criteria voldoen:3
Ze moeten gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld. Dit zijn instrumenten die een looptijd bij uitgifte hebben van maximaal 397 dagen of een resterende looptijd hebben van 397 dagen of waarvan de opbrengst regelmatig en ten minste één keer per 397 dagen een aanpassing ondergaat die overeenkomt met geldmarktontwikkelingen. Instrumenten waarvan het risicoprofiel overeenkomt met de drie hiervoor bedoelde categorieën vallen eveneens onder deze categorie.4 Er is gekozen voor 397 dagen (en niet voor een jaar) om rekening te houden met eventuele vertraagde afwikkeling.5 Er kan geen exposure worden gecreëerd naar edelmetalen middels beleggingen in geldmarktinstrumenten, deze zijn volgens CESR niet geschikt voor icbe’s.
Ze dienen liquide te zijn. Hiermee wordt bedoeld dat de instrumenten tegen beperkte kosten binnen een voldoende kort tijdsbestek kunnen worden vervreemd.6 CESR geeft in haar richtsnoeren aan met welke elementen hierbij rekening gehouden moet worden.
De waarde van de instrumenten dient te allen tijde nauwkeurig te kunnen worden vastgesteld. Dit is het geval als voor de instrumenten accurate en betrouwbare waarderingssystemen beschikbaar zijn die aan de criteria voldoen die in de Toegestane activa-Richtlijn zijn opgesomd.7
De definitie van geldmarktinstrumenten is overgenomen in de Geldmarktfonds-Verordening.8 Voorbeelden van toegestane geldmarktinstrumenten zijn: schatkistcertificaten, kortlopend papier van lokale overheden, depositocertificaten, commercial paper, verhandelbaar papier over middellange termijn en bankaccepten.9