Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/6.4.5
6.4.5 De vennootschap die de minidoorbraakregel toepast
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS349468:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In die vergadering geeft elk aandeel ten aanzien van dat besluit recht op één stem en gelden statutaire en contractuele beperkingen van de uitoefening van het stemrecht niet.
Zulks gebeurde wel in het Wetsvoorstel doorbreking beschermingsconstructies en de maxidoorbraakregel uit het oorspronkelijke wetsvoorstel implementatie Overnamerichtlijn; zie hierover paragraaf 2.4.4 onder c. In deze zin ook Den Boogert, Verslag van de vergadering van de Vereeniging “Handelsrecht” 2006, p. 35.
Tot die rechten behoren het bijeenroepen van de doorbraakvergadering, de terzijdestelling van oligarchische clausules en het one share one vote-principe in die vergadering.
In paragraaf 2.4.4 onder c passeerde de doorbraakregeling van art. 2:359b lid 2 BW de revue. Op grond van dat artikel kunnen de statuten van een vennootschap bepalen dat een houder die ten gevolge van een openbaar bod ten minste 75% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigt, bevoegd is om op korte termijn na het einde van de periode voor aanvaarding van het openbaar bod een algemene vergadering (de doorbraakvergadering) bijeen te roepen waarin bijzonder statutaire rechten van aandeelhouders in verband met een besluit tot benoeming of ontslag van een bestuurder of commissaris niet gelden.1
De doorbraakregeling, die bekendstaat als de minidoorbraakregel, heeft met name gevolgen voor het bindend voordrachtsrecht dat toekomt aan de vergadering van houders van prioriteitsaandelen. Voordrachtsrechten van de raad van commissarissen of gecombineerde vergadering van bestuur en raad van commissarissen vallen merkwaardigerwijs niet onder deze regeling, omdat het moet gaan om bijzondere statutaire rechten van aandeelhouders. Uiteraard staat het vennootschappen vrij om de voordrachtsrechten van die laatste organen toch onder het bereik van de regeling te laten vallen. Een andere opvallendheid is dat vennootschappen de doorbraakregel vrijwillig kunnen toepassen om vervolgens deze regel te frustreren met een beschermingsemissie. Het was logischer geweest om beschermingsprefs of gewone beschermingsaandelen buiten beschouwing te laten bij de berekening van de 75%- grens.2
Het voorgaande brengt met zich mee dat de vennootschap die vrijwillig art. 2:359b lid 2 BW toepast zonder problemen beschermingsprefs kan uitgeven, waardoor het belang van de bieder verwatert en de bieder dus nimmer gebruik kan maken van de rechten die art. 2:359b lid 2 BW hem geeft.3