Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/4.5.2:4.5.2 Relatie met het onmiddellijkheidsbeginsel
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/4.5.2
4.5.2 Relatie met het onmiddellijkheidsbeginsel
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 20 november 1989, nr. 11454/85, NJ 1990, 245, m.nt. Alkema (Kostovski t. Nederland), § 41. Zie voor een andere toelichting op wat het Hof hieronder verstaat: EHRM 22 juli 2003, nrs. 39647/98 en 40461/98 (Edwards & Lewis t. Verenigd Koninkijk), § 52.
Zo meent Maffei dan ook dat de term adversair niet verwijst naar de accusatoire gedingvoering, zoals gebruikelijk in de common law traditie (Maffei 2006, p. 71).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Hof laat zich als gezegd niet uit over het soort procedure dat moet worden gevolgd. Het benadrukt dat het bewijsmateriaal ter terechtzitting moet worden geproduceerd ‘with a view to adversarial argument’.1 Het is evenwel niet zo dat het EHRM de inquisitoire stijl van procederen, zoals die in het merendeel van de lidstaten gebruikelijk is, in strijd acht met de tekst en het doel van de Conventie.2 Uit de rechtspraak van het EHRM blijkt ook dat de procedurele voorzieningen neergelegd in het EVRM een hybride karakter hebben. Zo heeft het ondervragingsrecht zoals neergelegd in artikel 6 lid 3 sub d EVRM adversaire trekken, maar de wijze van ondervragen hoeft niet te verlopen volgens de lijnen van het in de Anglo-Amerikaanse processtelsels gebruikelijke kruisverhoor. De vraag is op welk moment het ondervragingsrecht moet kunnen worden uitgeoefend en wat het standpunt is van het Hof over het gebruik van verklaringen uit het vooronderzoek. In de volgende twee paragrafen wordt bij beide aspecten nader stilgestaan. verhoor. De vraag is op welk moment het ondervragingsrecht moet kunnen worden uitgeoefend en wat het standpunt is van het Hof over het gebruik van verklaringen uit het vooronderzoek. In de volgende twee paragrafen wordt bij beide aspecten nader stilgestaan.
4.5.2.1 Ondervragen van getuigen ter terechtzitting?4.5.2.2 Toelaatbaarheid en gebruik van verklaringen uit het vooronderzoek