Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.2.7
1.2.7 Verhoogde aandacht voor goed bestuur bij toezichthouders
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268526:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Startdocument was het beleidsdocument “De 7 elementen van een integere cultuur. Beleidsvisie en aanpak gedrag en cultuur bij financiële ondernemingen 2010-2014,” uit november 2009. Zie nader over het door DNB uitgeoefende toezicht op gedrag en cultuur de DNB-brochures “Toezichtsmethodieken gedrag en cultuur,” 2013, “Leading by example. Gedrag in de bestuurskamers van financiële instellingen,” 2013, en “Gedrag en Cultuur in de Nederlandse financiële sector”, 2015 te vinden op https://www.dnb.nl/toezichtprofessioneel/055_Gedragencultuur/index.jsp, en de bijdragen van M.J. Bökkering & I. Veldhuis, ‘Toezicht op gedrag en cultuur’, in: C.A. Wielenga e.a. (red.), Jaarboek Compliance 2011, Nederlands Compliance Instituut, Capelle aan den IJssel: Uitgeverij C.A. Wielenga 2011, p. 151-164; W. Nuijts & J. de Haan, ‘DNB supervision of conduct and culture’, in: J. Kellermann, F. de Vries & J. de Haan (red.), Financial supervision in the 21st century, Heidelberg: Springer 2013, p. 151-164; J. de Haan, W. Nuijts & M. Raaijmakers, ‘Vijf jaar toezicht op cultuur en gedrag van financiële instellingen’, ESB 2015/100, afl. 4713/ 4714, p. 397-400; W. Nuijts, ‘The next step: DNB’s bijdrage aan recente ontwikkelingen in het toezicht op gedrag & cultuur’, TvCo 2018, afl. 3, p. 179-186 en W. Nuijts, ‘Public supervision of behaviour and culture at financial institutions’, in: D. Busch, G. Ferrarini & G. van Solinge (red.), Governance of Financial Institutions, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 415-443.
DNB, “Visie DNB toezicht 2010-2014,” 2010, p. 20 en 22.
Het thema zag op de manier waarop onder toezicht staande ondernemingen worden bestuurd en de invloed die dit heeft op het gedrag van een onderneming. De ervaring leert dat de deskundigheid en betrouwbaarheid van zowel individuele bestuurders als het gehele bestuur daarvoor bepalend zijn, aldus de AFM met verwijzing naar de bevindingen van de commissies-De Wit, Scheltema en Frijns, zie https://www.afm.nl/nl-nl/nieuws/2011/jan/prioriteiten-begroting-2011.
Zie in diezelfde zin bijvoorbeeld M.A.A. Khan en M. Hage, ‘Corporate governance in de financiële sector: focus van de toezichthouder’, in: C.A. Wielenga e.a. (red.), Jaarboek Compliance 2012, Nederlands Compliance Instituut, Capelle aan den IJssel: C.A. Wielenga 2012, p. 99, die er op wijzen dat het meestal de mensen zijn die de governance-mechanismen doen falen en niet de mechanismen zelf, en S.A. Bezoen en M. Groothuis, ‘Geschiktheid en onafhankelijk functioneren: cruciale onderdelen van een goede governance’, in C.A. Wielenga e.a. (red.), Jaarboek Compliance 2013, Nederlands Compliance Instituut, Capelle aan den IJssel: C.A. Wielenga 2013, p. 208 (“Uiteindelijk gaat het om wat mensen doen met structuren en taken”). Zie ook het eerder genoemde Walker-rapporten het FSA Rapport over RBS.
ECB, “SSM supervisory statement on governance and risk appetite,” juni 2016, p. 4 (https://www.bankingsupervision.europa.eu/ecb/pub/pdf/ssm_supervisory_statement_on_governance_and_risk_appetite_201606.en.pdf).
SSM supervisory statement on governance and risk appetite, juni 2016, p. 7. Zie ook ECB, “Good governance in a changing environment,” 15 augustus 2018 (https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/publications/newsletter/2018/html/ssm.nl180815.en.html).
Zie bijvoorbeeld “Good governance for good decisions,” speech van Danièle Nouy, Frankfurt, 22 maart 2018 (https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/speeches/date/2018/html/ssm.sp180322_1.en.html) en ECB, “Report on declared time commitment of non-executive directors in the SSM,” augustus 2019.
Zie bijvoorbeeld de speech de voormalig voorzitter van de Supervisory Board van de ECB Danièle Nouy,”Being good pays off: how ethical behaviour affects risk, reputation and returns”, Frankfurt, 12 november 2018, https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/speeches/date/2018/html/ssm.sp181112.en.html en de speech van Andrea Enria, huidig voorzitter van de Supervisory Board van de ECB, “Just a few bad apples? The importance of culture and governance for good banking,” Dublin, 20 juni 2019, https://www.bankingsupervision.europa.eu/press/speeches/date/2019/html/ssm.sp190620~f9149fe258.en.html.
ECB, “ECB Annual Report 2018,” p. 5.
Een en ander leidde ook bij toezichthouders tot een bijzondere aandacht voor goed bestuur en intern toezicht bij financiële instellingen.
DNB begon in 2009, als een van de eerste toezichthouders ter wereld, met het integreren van aspecten als cultuur en gedrag in haar toezicht.1 In het toezicht van DNB over de periode 2010-2014 was gedrag en cultuur een speerpunt. De toezichthouder ging er extra op letten dat beleidsbepalers voldoen aan de aan hen te stellen eisen ten aanzien van hun deskundigheid en integriteit.2 In het verlengde hiervan lanceerde de AFM in 2011 een nieuw toezichtthema, “Beter Bestuur”.3 Sindsdien worden zaken als governance, cultuur en goed bestuur van wezenlijk belang geacht voor het realiseren van een stabiele en integere financiële sector en het terugwinnen van het vertrouwen in die sector. Een adequate inrichting van de governance is daarbij op zichzelf onvoldoende: ook wanneer regels, formele structuren en papieren processen in orde zijn vormt menselijk gedrag een bepalende component voor de adequate toepassing ervan.4 Daarbij gaat het om het gedrag van alle medewerkers in de onderneming, en in het bijzonder om het voorbeeldgedrag van leidinggevenden (goed gedrag aan de top). Deze inzichten zijn thans stevig in de genen van de toezichthouders verankerd.
Tot slot draagt ook de ECB, hoewel deze toezichthouder van nature meer affiniteit lijkt te hebben met de “harde”, kwantitatieve vorm van toezicht, het belang van governance, cultuur en gedrag met verve uit. Zo bestempelde de ECB in 2016 governance als een van de “top supervisory priorities” van het SSM,5 en beschouwt zij het uitvoeren van personentoetsingen als een van haar kerntaken gezien het grote belang van betrouwbare en geschikte bestuurders en commissarissen voor zowel de bank zelf, als voor het vertrouwen in de bankensector als geheel.6 In dit verband heeft ECB meerdere keren gewaarschuwd voor, onder meer, het kennisniveau, de tijdsbesteding en de onafhankelijkheid van door de banken voorgedragen commissarissen.7 Ook heeft de ECB aandacht voor integer leiderschap, cultuur en ethisch gedrag van medewerkers in de gehele organisatie.8 Vergelijk ook het Jaarverslag van de ECB over 2018: “Banks now hold more and better capital, more liquidity, and have reverted to more stable sources of funding. However, all this is of little value if a bank suffers from poor governance, short-sighted leadership and a problematic culture.”9
Deze ontwikkelingen en inzichten vormen de achtergrond van de in dit proefschrift nader te bespreken personentoetsingen.