Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/4.8.1
4.8.1 Ratio van artikel 3:91 BW
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS398524:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid in hoofdstuk 8, paragraaf 8.11.
M.v.A. II., Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 388-389 en M.v.A. II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 1237-1238.
Zie bijv. Klang/Leupold 2011, § 358 ABGB, Rn. 47 die opmerkt dat de positie van de koper slechts goederenrechtelijk is beschermd indien terstond een levering plaatsvindt en Blomeyer 1939, p. 237: ‘Die Wirksamkeit der bedingten Übereignung setzt die Übergabe der Sache an den Käufer voraus.’ Zo ook Scheltema 2003, p. 279, voetnoot 71. Zie ook M.v.A. II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 1238: ‘Het is duidelijk dat zijn positie in deze zienswijze [waarin de levering nog moet plaatsvinden op het moment dat de voorwaarde wordt vervuld; toevoeging EFV] anders is dan die van degene die terstond een voorwaardelijk recht heeft verkregen.’ Zie ook Reehuis 2013, nr. 17.
De ratio van artikel 3:91 BW moet worden gezocht in de omstandigheid dat de verkoper bij een eigendomsvoorbehoud niet alleen eigenaar, maar ook bezitter blijft van de zaak tot het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat, omdat het bezit de afspiegeling is van het eigendomsrecht, dat de verkoper vanwege het eigendomsvoorbehoud heeft behouden. De koper houdt de zaak daarmee voor de verkoper, omdat hij door in te stemmen met het eigendomsvoorbehoud blijk geeft van het feit dat hij dit eigendomsrecht van de verkoper respecteert.1 zaken. Op grond van artikel 3:90 lid 1 BW is voor levering van een roerende zaak vereist dat het bezit van de zaak aan de verkrijger wordt verschaft. Als men de koper gedurende de periode van onzekerheid als houder beschouwt en de verkoper als bezitter, zou bij gebreke van artikel 3:91 BW vooralsnog in het geheel geen levering door middel van bezitsverschaffing kunnen plaatsvinden. Deze onmogelijkheid om de leveringshandeling direct te verrichten zou daarmee in de weg staan aan het terstond bewerkstelligen van een overdracht onder opschortende voorwaarde.2 Zoals hiervoor in paragraaf 4.4.1 aan de orde kwam, zou dit nadelige gevolgen kunnen hebben voor de koper, omdat de levering dan nog zou moeten plaatsvinden op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat.3
Gelet op de mogelijke nadelen voor de koper van het uitstellen van de levering tot het moment van vervulling van de voorwaarde, heeft de wetgever een afzonderlijke leveringsbepaling in het leven geroepen voor de overdracht onder opschortende voorwaarde. Daardoor zijn partijen in staat terstond een overdracht te realiseren, als gevolg waarvan de koper meteen een zodanige positie verkrijgt, dat vervulling van de voorwaarde zonder meer bewerkstelligt dat hij ook eigenaar wordt.