Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.9.3:6.17.9.3 Hoeveel vaste vertegenwoordigers dienen te worden benoemd?
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.9.3
6.17.9.3 Hoeveel vaste vertegenwoordigers dienen te worden benoemd?
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS303655:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Idealiter dienen naar mijn mening zoveel personen te worden benoemd tot vaste vertegenwoordigers als dat er natuurlijke personen zijn die – aan het einde van de keten van bestuurders – bestuurders zijn. Indien sprake is van meerdere “bestuurslagen” – in verschillende landen – betekent mijn voorstel dat vóór inschrijving in het handelsregister van een buitenlandse rechtspersoon-bestuurder eerst een onderzoek gedaan zal moeten worden naar de natuurlijke persoon of personen die – aan het einde van de bestuursketen – bestuurder(s) is (zijn). Critici zullen opmerken dat ik de regeling daardoor wel heel lastig of zelfs te ingewikkeld maak. Tegen die critici zeg ik dat zij in zekere zin gelijk hebben. In zekere zin, aangezien de tijd die gemoeid is met het traceren van de natuurlijke persoon/personen die uiteindelijk bestuurt (besturen), ruimschoots wordt “terugverdiend” indien de rechtspersoon-bestuurder bestuurdersaansprakelijk blijkt te zijn. In laatstgemeld geval wordt bijvoorbeeld voorkomen dat men in het buitenland dient te gaan procederen, mocht dat gelet op de huidige jurisprudentie al zinvol zijn. Voor de volledigheid merk ik op dat men voormeld onderzoek naar de vertegenwoordigingsbevoegdheid eveneens dient te doen indien de bestuurde rechtspersoon vertegenwoordigd moet worden. Gelet op de beperkte taak die ik voor de vaste vertegenwoordiger weggelegd zie (zie hierna), verandert in dat opzicht derhalve in beginsel niets ten opzichte van de huidige situatie.
In een casus zoals die aan het arrest MyGuide ten grondslag ligt, betekent dit dat Pieper vaste vertegenwoordiger zou zijn geweest van MyGuide Nederland. Is bijvoorbeeld sprake van drie natuurlijke personen die aan het einde van de bestuursketen bestuurders zijn en slechts vereist zou zijn dat ÉÉn vaste vertegenwoordiger wordt benoemd, dan bestaat de kans dat de minst solvabele bestuurder als zodanig wordt benoemd. Dat gezegd zijnde, dient eveneens voorkomen te worden dat – ingeval er sprake is van meer dan drie natuurlijke personen-bestuurders – het aantal vaste vertegenwoordigers te groot wordt. Teneinde “administratieve rompslomp” en ook overigens een onwerkbare situatie te voorkomen, stel ik voor het aantal vaste vertegenwoordigers te begrenzen op drie. Heeft een rechtspersoon-bestuurder meerdere (directe of indirecte) bestuurders en valt ÉÉn van die bestuurders weg door bijvoorbeeld overlijden zonder dat in zijn plaats een nieuwe bestuurder wordt benoemd c.q. dient te worden benoemd, dan daalt daardoor het aantal vaste vertegenwoordigers. Er dient mijns inziens ten minste ÉÉn vaste vertegenwoordiger te zijn.