Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.10.4.2:9.10.4.2 Geen apart vak burgerschap
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.10.4.2
9.10.4.2 Geen apart vak burgerschap
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977427:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onderwijsraad 2003, p. 66-67.
K. Dogterom, ’Interview met H. Teunissen: Burgerschapsonderwijs: van peuter tot puber’, M & P 2023, 06, p. 10-12.
Vgl. M. Vermeulen 2019, p. 28 (In Spanje bestond van 2006-2017 het vak Educatión para la Ciudadania y los Derechos Humanos - vanaf 2011 Educatión Civica y Constitucional.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht wijzigt vakkenstructuur niet
Opvolgende regeringen kozen, behalve op het mbo (loopbaan en burgerschap), niet voor burgerschap als een apart vak. Met de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen (2021) wijzigt de vakkenstructuur niet. De doelbepaling is aangescherpt. Desalniettemin kunnen de curricula nog wijzigen door de implementatie van de opbrengsten van het in 2019 afgeronde project Curriculum.nu. De Onderwijsraad is geen voorstander van een apart vak burgerschap.1 Hij ziet burgerschapsvorming (Bildung) bij voorkeur in modules opgenomen in het gehele schoolcurriculum. Deze moeten dan bestaan uit democratische burgerschapskennis, inzicht en communicatieve vaardigheden.
Nvlm: burgerschap bij ‘maatschappijleer in uitgebreide vorm’ onderbrengen
NVLM-voorzitter Teunissen betrekt de stelling dat maatschappijleer vooral burgerschapsvorming is. Leerlingen krijgen vanaf hun vijftiende jaar maatschappijleer.2 Vanwege de Angelsaksische successen bepleit hij ‘afgebakende lessen met bevoegde docenten. Voorts vraagt maatschappijleer om een door lopende leerlijn burgerschap, niet als een apart vak, maar in de zin van een uitgebreide vorm van maatschappijleer vanaf de brugklas.3 De meningen over burgerschap als vak variëren - zo laat bovenstaande analyse zien - van een absolute noodzaak (Tonkens) tot ‘niet doen, maar het curriculum burgerschapsvormend laten zijn’ (Onderwijsraad).