Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.8.13
II.6.8.13 Slot
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285046:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De argumentatie is veelvuldig dat een referendum mogelijk een verdere verwijdering tussen burger en politiek kan blootleggen. Bij alle drie referenda in Nederland op centraal niveau, verwierp het electoraat de plannen.
Handelingen II 2017/18, 26, item 15, p. 1.
Handelingen I 2017/18, nr. 38, item 14. Zie voor de publicatie van de betreffende wet: Stb. 2018, 214.
Staatscommissie parlementair stelsel 2018, p. 135-154. De Staatscommissie parlementair stelsel pleit overigens niet voor een referendum in het kader van de grondwetsherzieningsprocedure, zie: Staatscommissie parlementair stelsel 2018, p. 312-314.
Kamerstukken II 2018/2019, 35129; Handelingen II 2020/21, nr. 4, item 17, p. 1.
De discussie rondom referenda bij grondwetsherzieningen zal met enige regelmaat opnieuw naar boven komen. Tijdens de regeerperiode van kabinet-Rutte III leek het klimaat ongunstig voor referenda.1 In november 2017 sneuvelde in tweede lezing een voorstel voor een correctief referendum in de Tweede Kamer.2 Dit voorstel beoogde overigens niet een correctief referendum in te voeren in verband met de grondwetsherzieningsprocedure. Op 10 juli 2018 nam de Eerste Kamer een voorstel aan ter intrekking van de Wet raadgevend referendum.3 De Staatscommissie-Parlementair stelsel pleitte in december 2018, ondanks deze ontwikkelingen, voor een bindend wetgevingsreferendum. Overigens sluit ook deze Staatscommissie referenda wel uit bij grondwetsherzieningen.4 Op 22 september 2020 nam de Tweede Kamer in eerste lezing een initiatiefvoorstel aan ter invoering van een correctief bindend wetgevingsreferendum.5 Momenteel ligt dit voorstel in tweede lezing. Dit voorstel sluit een correctief referendum overigens uit bij een grondwetsherziening.6 Op basis van dit voorstel kan echter geen referendum worden gehouden over een grondwetsherziening.
Als het uitgangspunt is dat bij een grondwetsherziening een kiezersraadpleging heeft plaats te vinden, dan heeft de variant met een facultatief, bindend en correctief referendum na de eerste lezing mijn voorkeur. De kiezer heeft dan de mogelijkheid om zich daadwerkelijk uit te spreken over een concreet voorstel, waarna een opnieuw gekozen Tweede Kamer vervolgens in tweede lezing beslist met een gekwalificeerde meerderheid. Mocht de kiezer het voorstel verwerpen, dan betekent dat het einde van de betreffende grondwetsherzieningsprocedure.