Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/6.3.3
6.3.3 Wijze van openbaarmaking
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85529:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 2014/15, 34 262, nr. 3, MvT, p. 19.
Deponering is in beginsel vormvrij. Op basis van art. 19a lid 1 Hrgw 2007 is bij Besluit elektronische deponering handelsregister bepaald dat deponering van de jaarrekening voor de aldaar in art. 2 genoemde rechtspersonen deponering nog slechts mogelijk is met behulp van een voorgeschreven elektronisch format, te weten SBR.
Art. 3a lid 1 Handelsregisterregeling. Als de publicatie betrekking heeft op een Europese NV (SE), respectievelijk een Europese coöperatieve vennootschap (SCE) is in art. 3a lid 2 Handelsregisterregeling aangewezen het Publicatieblad van de Europese Unie.
Over de wijze van openbaarmaking van de te deponeren stukken is niets specifieks bepaald anders dan dat deponering bij het handelsregister moet plaatsvinden. Door het gebruik van het woord deponeren is daaronder begrepen elektronische deponering.1 Het zou mijns inziens voor de hand hebben gelegen als aansluiting zou zijn gezocht met het bepaalde in art. 2:394 BW over openbaarmaking van de jaarrekening met bestuursverslag en overige gegevens in de vorm als voor openbaarmaking voorgeschreven,2 omdat de in het groepsregime openbaar te maken stukken het depot van de jaarrekening met bestuursverslag en overige gegevens van de groepsrechtspersoon vervangen. Indirect wordt dat natuurlijk wel bereikt doordat als de deponering van de vervangende stukken achterwege zou blijven, niet voldaan is aan alle voorwaarden voor het gebruik van het groepsregime. De consequentie is dat als gehandeld is alsof de voorwaarden van het groepsregime wel zijn nageleefd, art. 2:394 BW wordt geschonden. Aldus is sprake van een strafrechtelijk delict (art. 14” WED), is er voor degene die belang heeft bij openbaarmaking, de mogelijkheid een rechtsvordering tot openbaarmaking van de eigen stukken van de groepsrechtspersoon in te stellen (art. 2:394 lid 7 BW), en is er voor bestuurders en commissarissen van de groepsrechtspersoon het risico op verzwaarde aansprakelijkheid in geval van faillissement.
Als de in art. 2:403 BW vereiste openbaar te maken stukken bij het handelsregister zijn gedeponeerd moet bij NV’s en BV’s daarvan mededeling worden gedaan in de Staatscourant.3 De openbaar te maken documenten hebben eerst werking jegens derden wanneer volledig aan die tweeledige bekendmakingsverplichting is voldaan.4 Hierover is in art. 25 lid 1 Hrgw 2007 bepaald: ‘Op een feit dat door inschrijving of deponering moet worden bekendgemaakt, kan tegenover derden die daarvan onkundig waren geen beroep kan worden gedaan zolang de inschrijving of deponering en, voor zover van toepassing, de in artikel 24 Hrgw bedoelde mededeling niet hebben plaatsgevonden’.