Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.2.2.1
9.7.2.2.1 De Winter: Community-development
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977155:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Langeveld 1967, p. 74 (Sociale pedagogiek als community development).
De Winter 1995, p. 65, 117. Kohnstamm & Langeveld zien opvoeding tot staatsburger als onderwijsdoel. Dewey, Freinet en Boeke zijn als ontwikkelaars van methoden vermeld met intra-scholaire experimenten van democratisering.
Langeveld 1967, p. 74 en De Winter 1995, p. 63 (community-development).
The English Works of Thomas Hobbes, o.r.v. W. Molesworth, Londen 1839.
J. Plat, ’Het wezen van het sociale’, TvPh. 1961, 1 en Langeveld 1967, p. 73.
Ibid., p. 51.
Vgl. Dekker & De Hart (red.) 2005.
Ibid., p. 42.
Vgl. Fl. Rusman, ‘Niemand wordt als democraat geboren’, NRC 1 juni 2018, p. C11.
Ibid., p. 124.
De Winter 1995, p. 117-121.
Ibid., p. 124.
Ibid., p. 118-119.
Kennedy 2014, p. 19.
De Winter 1995, p. 91.
De Winter 1995, p. 133; vgl. Damon 1988, p. 146.
Dewey 1916; vgl. Biesta 1992 en Biesta & Miedema 1999.
‘Het beginsel van de mens als gemeenschapswezen (community development)1 die leert verantwoord te handelen hoort het uitgangspunt van de opvoeding te zijn’, aldus De Winter.2
De Winters community-development pedagogiek
De Winter, als voorstander van een community development-pedagogiek, concludeert dat er opvoedingsstrategieën ontwikkeld moeten worden die de zelfverantwoordelijke zelfbepaling bevorderen en voor de jeugd voldoende perspectieven bieden in de opvoedingsinteractiviteit.3 De communitaristen als De Winter baseren hun opvattingen op de wijsgerig-pedagogische theorieën over de sociale structuren, waarin de burgers samenleven. Het is relevant dat hij de natuurtoestand van Hobbes wil voorkomen.4 In een wenselijke samenleving bekommeren mensen zich om elkaar en zijn ze bereid om zich voor elkaar in te zetten en om goed samen te leven.5 Het sociale en het persoonlijke gaan samen in het verbindend democratisch burgerschap.
In de traditie van Kohnstamm en Langeveld benadrukt hij ‘de verplichting van de samenleving aan de jeugd haar eigen culturele toekomstwaarden te formule ren en die in opvoeding tot (staats)burger uit te dragen’.6 De jeugd moet meer dan vroeger over democratisch burgerschap7 en ieders participatie in de samenleving leren.8 De jongere wordt meer en meer als medeburger beschouwd, wier rol in de democratische samenleving wordt gewaardeerd en gestimuleerd door de eigen bijdrage aan de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen.9 De pedagogische benadering ten aanzien van de persoonsvorming acht De Winter daarvoor minstens zo belangrijk als de politiek-juridische. Deze benadering sluit aan bij de school als een oefenplaats voor het leven10, en dus als ‘oefenplaats van democratie en burgerschap’.11 Aan de democratische gemeenschapsvorming wordt in het huidige onderwijs weinig systematisch aandacht besteed.12
De Winter vraagt zich in gemoede af of scholen democratische basiswaarden en -normen, zoals gedragsregels, wel aan leerlingen kunnen bijbrengen als ze in de organisatie en omgangsvormen geen goede voorbeelden geven en geen oefenruimte bieden.13 De Winter - een groot voorstander van burgerschapsvorming14 - ziet de school als een voor de hand liggende maatschappelijke oefenplaats voor democratisch burgerschap. Het schoolklimaat is immers bepalend voor de kwaliteit van de opvoeding die moreel van aard is en waarvan de staatsburgerlijke opvoeding een onderdeel vormt.15
Onder verwijzing naar de studies van Damon ziet De Winter ‘moraliteit in natuurlijke sociale interacties en maatschappelijke betrokkenheid eerst ontstaan door de dagelijkse ervaringen met anderen en de (leer) omgeving’.16 Zijn theorie komt in zoverre overeen met de opvattingen van Dewey en Boeke die leerlingen ervaringen laten opdoen in groepsvakken en met experimenten in de schoollaboratoria.17