Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.4.2
3.4.2 Gerechtigheid, doelmatigheid en rechtszekerheid
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS396742:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl: Foqué, R.M.G.E. (2009), 'Filosofische repliek op Timmerman's grondslagen', Ondernemingsrecht 2009/1, blz. 14-17.
Vgl: Ferran, E. (2005), 'The place for creditor protection on the agenda for modemisation of company law in the European Union', European Corporate Govemance Institute, Law Working Paper No. 051/2005, blz. 16-17 en 28.
Hol, A.M. (1993), 'Gewogen recht; billijkheid en efficiëntie bij onrechtmatige daad', Deventer: Kluwer, blz. 43.
Hol, A.M. (1993), supra noot 32, blz. 43.
Hsu, S-L. (2003), Taimess versus Efficiency in Environmental Law', The George Washington University Law School Public Law and Legal Theory Working Paper No. 72, blz. 2.
De driehoek gerechtigheid-doelmatigheid-rechtszekerheid en de onderlinge verhoudingen tussen deze drie fundamentele waardeoriëntaties spelen een essentiële rol bij de keuze voor een bepaald mechanisme.1 Visies inzake de gewenste invulling van het aansprakelijkheidsregime zijn ontwikkeld vanuit verschillende waardeoriëntaties en bevatten verschillende diepgewortelde veronderstellingen over de rol die het vennootschapsrecht speelt bij de honorering of bescherming van belangen van de betrokkenen bij de vennootschap.2 Het utilisme en het kantianisme zijn twee (over het algemeen) dominante theorieën in het rechtsfilosofisch denken. Deze theorieën vertrekken vanuit hetzelfde uitgangspunt dat een oordeel over recht en onrecht niet kan worden afgeleid uit een concreet geval zonder meet Het oordeel moet kunnen worden veralgemeniseerd, hetgeen een beginsel veronderstelt.3 Het meest fundamentele verschil tussen het utilisme en het kantianisme komt tot uitdrukking in de manier waarop over de verhouding tussen maatschappelijke doeleinden en rechtvaardigheid wordt gedacht.4 In de literatuur is dit ook wel verwoord als de vraag of het gaat om het maken van een grotere taart, zodat elk stuk van de taart een stukje groter wordt of dat het gaat om de manier waarop de taart in stukken wordt gesneden, gelijke stukken of ongelijke stukken.5 Doordat de theorieën vanuit het zelfde uitgangspunt een andere uitwerking geven aan de manier waarop omgegaan zou moeten worden met diverse belangen, kunnen zij inzicht geven in verschillende oriëntaties op de gevolgen van een bepaald aansprakelijkheidsregime voor de belangen die daarbij betrokken zijn. Door deze tegenstelling en de belangrijke positie die de theorieën innemen in het rechtsfilosofisch denken, vormen zij geschikte theorieën om te bespreken in het kader van de aansprakelijkheid bij vennootschappen. De theorieën maken duidelijk vanuit welk perspectief de keuze voor een bepaald regime gemaakt kan worden en welke implicaties die keuze kan hebben. In het vennootschapsrecht, en dan in het bijzonder in het aansprakelijkheidsrecht, wordt vaak verwezen naar de rechtseconomie of de efficiëntietheorie (efficiency theory), die nauw samenhangen met het utilisme. De rechtseconomie is echter niet geheel hetzelfde als het utilisme. Dit zal ik in het hiernavolgende uiteenzetten. Daarna ga ik in op het kantianisme dat verbonden is met de pro rato theorie (pro rata theory). Die staat in tegenstelling tot de efficiëntietheorie niet een beperkt aansprakelijkheidsregime voor maar een onbeperkt aansprakelijkheidsregime op basis van een pro rato verdeling.