Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.4.4
3.4.4 Kantianisme — Liberalisme
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS400246:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hol, A.M. (1993), supra noot 32, blz. 43.
Ippel, P.C. en P.P. Rijpkema (2001), supra noot 35, blz. 33.
Rawls, J. (1999), 'A Theory of Justice', Oxford: Oxford University Press, blz. 11.
Vgl: Burg, W. van der en R. Pierik (2003), 'John Rawls: de filosoof van de liberaal-democratische verzorgingsstaat', Nederlands Juristenblad, blz. 914-919.
Rawls, J. (1999), supra noot 43, blz. 12.
Vgl: Burg, W. van der en R. Pierik (2003), supra noot 44, blz. 914-919.
Rawls, J. (1999), supra noot 43, blz. 13.
Burg, W. van der en R. Pierik (2003), supra noot 44, blz. 914-919.
Ippel, P.C. en P.P. Rijpkema (2001), supra noot 35, blz. 34.
In het kantianisme worden het moreel goede en de maatschappelijke doeleinden van elkaar gescheiden. Het goede gaat vooraf aan de doeleinden. Het goede heeft prioriteit.1 Dit betekent dat niet de gevolgen van een handeling bepalend zijn voor het morele gehalte maar de vraag of de handeling al dan niet rationeel of logisch is. De uitgangspunten voor de handeling dienen veralgemeniseerd te kunnen worden tot een algemene regel die voor iedereen geldt.2 Rawls ziet deze uitgangspunten dan ook als de rechtvaardigheidsprincipes die de uitkomst zouden moeten zijn van een besluitvormingsproces waarin alle leden van de samenleving een gelijke positie hebben. Zij hebben geen weet van de eigenlijke positie in de samenleving, waardoor zij kiezen voor rechtvaardigingsprincipes achter een sluier van onwetendheid.3 De sluier van onwetendheid zorgt ervoor dat men bij het besluitvormingsproces niet bevooroordeeld in het proces staat. Hierdoor kan men niet kiezen voor principes die gunstig zijn voor de eigen positie. Indien ieder onbevooroordeeld is, dan is men het over bepaalde thema's, zoals de waarde van gelijkheid en vrijheid, eens of zou men het hierover eens kunnen zijn. Deze gemeenschappelijke basis kan een kader vormen dat helpt om met verschillen en conflicten die daaruit voortvloeien om te gaan.4 De rol van de grondbeginselen van rechtvaardigheid is dan het specificeren van de redelijke voorwaarden van sociale cofiperatie.5 Uitgangspunt is dat alle leden ongeacht hun positie als lid van de samenleving moreel gelijkwaardig zijn.6 In dit kader zou de verdeling (van de taart) gelijk moeten zijn. Ook een ongelijke verdeling zou rechtvaardig kunnen zijn indien dit ten goede komt aan de absolute positie van de minstbedeelden in de samenleving.7 In termen van de taartmetafoor; het toelaten van een ongelijke verdeling resulteert in een grotere taart, waarbij het kleinste deel altijd nog groter is dan een gelijk deel van de oorspronkelijke taart.8 De prioriteit van de rechtvaardigheidstheorie ligt bij de minstbedeelden. Binnen het kantianisme zijn morele regels niet hetzelfde als rechtsregels. Het recht is echter met de moraal verbonden doordat het de voorwaarden dient te creëren voor het moreel goede, de bescherming van de individuele vrijheid.9 De bescherming van een recht is daardoor een functie van de vrijheid, waarbij de autonomie de maatstaf is.