Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.6.4.2
4.6.4.2 Inhoud jaarverslag en halfjaarverslag
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193665:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 69 lid 4 en bijlage I, schema B afdeling I-IV Icbe-Richtlijn.
Dit blijkt voornamelijk uit het feit dat in hoofdstuk 9 niet is bepaald dat tot een icbe ook een beleggingscompartiment ervan wordt gerekend. Dit is wel opgenomen in enkele andere hoofdstukken (bijv. hoofdstuk 7 en 9).
Alleen medewerkers die het risicoprofiel van de icbe kunnen beïnvloeden, leidinggevenden en medewerkers die in dezelfde beloningsschaal als leidinggevenden vallen, hoeven meegenomen te worden in deze categorisering (zie ook paragraaf 5.4.2.7 over de remuneratievereisten).
ESMA/2014/937, punt 11.
ESMA/2014/937, punt 11.
ESMA/2014/937, punt 35, 40 en 48. En ESMA/2014/295, vraag 4c.
Zie voor de exacte eisen CESR/10-788, box 25.
Art. 13 lid 1 SFTR.
Art. 11 lid 1 sub a lid 2 sub g SFDR.
Art. 11 lid 1 sub b lid 2 sub g SFDR.
Het jaarverslag moet in ieder geval een vermogensstaat, een rekening van inkomsten en uitgaven en een verslag van de activiteiten gedurende het boekjaar bevatten. De precieze inhoud van het jaarverslag is opgenomen als bijlage bij Icbe-Richtlijn IV (bijlage I, schema B). Daaruit blijkt dat het jaarverslag naast de vermogensstaat ook de volgende informatie moet bevatten:
het aantal in omloop zijnde deelnemingsrechten;
de intrinsieke waarde per deelnemingsrecht;
een overzicht van de effectenportefeuille (onderscheiden naar categorieën activa);
wijzigingen van het nettovermogen van de icbe tijdens de verslagperiode. Hieronder valt ook een kostenoverzicht dat uitgesplitst moet worden naar type kosten;
een vergelijkende tabel van de laatste drie boekjaren met de intrinsieke waarde van de icbe en de intrinsieke waarde per deelnemingsrecht;
het bedrag van verplichtingen uit OTC-derivatentransacties en technieken voor efficiënt portefeuillebeheer.
Het halfjaarverslag hoeft slechts de vermogensstaat en de eerste drie onderdelen van bovenstaande opsomming te bevatten.1 Het is voldoende om één (half)jaarverslag per icbe op te stellen, er hoeft geen verslag per beleggingscompartiment van de icbe opgesteld te worden. Wel zullen de meeste lidstaten vereisen dat dit verslag gedetailleerde informatie per compartiment bevat.2
Daarnaast zijn er door de icbe-regelgeving heen nog enkele aanvullende verplichtingen te vinden ten aanzien van het jaarverslag. Een icbe die een aanmerkelijk deel van haar activa in andere beleggingsinstellingen belegt, moet het maximumpercentage aan beheerkosten voor haar eigen icbe en de beleggingsinstellingen waarin zij belegt opnemen in het jaarverslag.3
Jaarverslagen van feeder-icbe’s moeten de totale kosten bevatten van de feeder-icbe en master-icbe.4 Ook moet vermeld worden waar het (half)jaarverslag van de master-icbe te verkrijgen is.
Vanaf Icbe-Richtlijn V moet ook informatie over het beloningsbeleid in het jaarverslag worden gepubliceerd.5 Het gaat hierbij om het totale bedrag aan beloningen gedurende het boekjaar. Dit moet worden uitgesplitst naar vaste en variabele beloningen en naar categorieën werknemers.6 Ook moet worden gemeld over hoeveel personen de beloning is verdeeld en moet beschreven worden hoe de beloning en de uitkeringen zijn berekend. Zoals in paragraaf 5.4.2.7 is vermeld, dient het beloningsbeleid jaarlijks geëvalueerd te worden. De uitkomsten hiervan moeten worden opgenomen in het jaarverslag. Tot slot dienen materiële wijzigingen in het beloningsbeleid opgenomen te worden.7
Met diverse richtsnoeren hebben ESMA en CESR het opnemen van aanvullende informatie verplicht. Zo moeten het jaarverslag en het halfjaarverslag van een indexvolgende icbe informatie over de volgfout bevatten, evenals een toelichting op het verschil tussen de beoogde volgfout en de gerealiseerde volgfout.8 Ook het verschil in resultaten tussen de index en de indexvolgende icbe moet worden opgenomen in het jaarverslag en het halfjaarverslag.9 Indien een icbe technieken voor efficiënt portfoliobeheer toepast of onderhands handelt in derivaten, dient aanvullende informatie, zoals tegenpartijrisico, naam van de tegenpartijen, exposure en type en bedrag aan onderpand opgenomen te worden in het jaarverslag.10 Van technieken voor efficiënt portfoliobeheer moeten ook de kosten en opbrengsten en de ontvangers hiervan opgenomen worden. Ten aanzien van onderhandse transacties moet aanvullende informatie opgenomen worden over de methode waarmee het risico wordt berekend (de aangegane verplichtingen methode of value at risk).11
In SFTR zijn aanvullende eisen opgenomen over transparantie bij effectenuitleentransacties. Informatie over tegenpartijen en uitgeleende effecten moet worden opgenomen in het jaarverslag.12 Op grond van SFDR dient voor icbe’s die ecologische en/of sociale karakteristieken promoten en icbe’s die een positief effect op milieu en maatschappij als doelstelling hebben, aanvullende informatie opgenomen te worden in het jaarverslag. Het eerste type icbe’s dient op te nemen in welke mate de ecologische en/of sociale karakteristieken zijn gerealiseerd.13 Het tweede type icbe’s dient de gerealiseerde duurzaamheidsimpact te tonen met behulp van verscheidene indicatoren en een vergelijking op te nemen tussen de duurzaamheidsimpact van de icbe en die van de (duurzame) benchmark en die van een brede marktbenchmark.14