Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/13.3.5.2
13.3.5.2 Een korte blik op een specifieke bepaling voor juridische fusies
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491449:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 1998/99, 26 728, nr. 3, p. 52. De bepaling zou zijn ingevoerd om onduidelijkheid in de praktijk weg te nemen. Om welke onduidelijkheid het precies gaat, is niet toegelicht. De nadere voorwaarden zullen volgens de toelichting onder meer betrekking hebben op onderlinge vordering-schuldverhoudingen die bij de juridische fusie als gevolg van schuldvermenging tenietgaan. Ik laat de problematiek van onderlinge vordering-schuldverhoudingen hierna onbesproken. In het kader van splitsingen heb ik wat betreft schuldeisers van de splitsende rechtspersoon namelijk een ander systeem verdedigd. Zie de onderdelen 6.3.2, 8.5 en 13.5.
Het fenomeen van de dubbele hoedanigheid is niet voorbehouden aan splitsingen, maar speelt ook bij juridische fusies. Een verkrijgende rechtspersoon kan vóór de juridische fusie namelijk participeren in een verdwijnende rechtspersoon. Bij de juridische fusie wordt deze aandeelhouder (belastingplichtige) geacht zijn aandelen in de verdwijner te hebben vervreemd.1 Vormen die aandelen een deelneming, dan is het vervreemdingresultaat in de regel vrijgesteld op grond van de deelnemingsvrijstelling.2 Mocht dat niet (geheel) het geval zijn, dan kan de belastingplichtige acute vennootschapsbelasting afwenden door een beroep te doen op de juridische fusiefaciliteit.3 Tot zover is dit systeem op dezelfde leest geschoeid als de splitsingsregeling voor participanten zoals aandeelhouders. Maar dit is niet het volledige plaatje. Vanwege de dubbele hoedanigheid blokkeert art. 13k, lid 5, Wet VPB 1969 namelijk in beginsel de toegang tot de juridische fusiefaciliteit. Op verzoek en onder nader te stellen voorwaarden kan het vervreemdingsvoordeel echter vervolgens mogelijk toch buiten aanmerking blijven. De nader te stellen voorwaarden zijn (nog) niet gepubliceerd in een beleidsbesluit. Art. 13k, lid 5, Wet VPB 1969 is slechts zeer summier toegelicht.4 Toch lijkt de achtergrond duidelijk: voorkomen dat belastingclaims verloren gaan. De gedachte is kennelijk dat claimverlies op de loer ligt omdat de belastingplichtige bij de juridische fusie geen aandelen krijgt toegekend. Hierover verderop meer.