Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/13.3.3:13.3.3 De belastingplichtige heeft een deelneming in de splitsende rechtspersoon
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/13.3.3
13.3.3 De belastingplichtige heeft een deelneming in de splitsende rechtspersoon
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491652:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
13.3.3.1 De vraag naar de rangorde tussen de deelnemingsvrijstelling en de splitsingsfaciliteit13.3.3.2 Een overzicht van de diverse mogelijke varianten13.3.3.3 De belastingplichtige maakt gebruik van de splitsingsfaciliteit en aandelen in één of meer splitsingspartners vormen direct na de splitsing een deelneming13.3.3.4 De belastingplichtige maakt gebruik van de splitsingsfaciliteit en aandelen in één of meer splitsingspartners vormen direct na de splitsing geen deelneming13.3.3.5 De belastingplichtige maakt gebruik van de splitsingsfaciliteit en houdt na de splitsing zowel deelnemingen als niet-deelnemingen13.3.3.6 De belastingplichtige heeft een opwaarderingsreserve gevormd in verband met het belang in de splitsende rechtspersoon (art. 13ba Wet VPB 1969)