Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.9.4:6.17.9.4 Taak van de vaste vertegenwoordiger
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.9.4
6.17.9.4 Taak van de vaste vertegenwoordiger
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS302487:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vaste vertegenwoordiger is in andere landen belast met de uitvoering van de opdracht in naam en voor rekening van de rechtspersoon-bestuurder. Het is maar de vraag of de vaste vertegenwoordiger in Nederland eveneens een dergelijke – relatief zware – taak dient te krijgen. Ik ben geneigd die vraag ontkennend te beantwoorden. Daarvoor heb ik ten minste drie redenen.
De eerste reden is dat het Nederlandse systeem van vertegenwoordiging van rechtspersonen mijns inziens dermate goed functioneert, dat geen behoefte bestaat aan nog meer vertegenwoordigers. Nog afgezien van het vorenstaande geldt dat het al helemaal niet noodzakelijk is dat de vaste vertegenwoordiger exclusief vertegenwoordigingsbevoegd is.
De tweede reden is dat in Nederland alleen een probleem bestaat om (via art. 2:11 BW) een bestuurder van een buitenlandse rechtspersoon-bestuurder aansprakelijk te kunnen houden. De figuur van de vaste vertegenwoordiger kan gebruikt worden om dat probleem (althans een gedeelte daarvan) op te lossen. Daarvoor is het niet noodzakelijk om die rechtsfiguur te bekleden met allerlei taken en bevoegdheden.
De derde reden is dat de (introductie van de) figuur van de vaste vertegenwoordiger in het buitenland gemakkelijker valt uit te leggen indien daarbij enkel aangegeven hoeft te worden dat die figuur “slechts” bedoeld is om (een deel van de) buitenlandse tweedegraads bestuurders aansprakelijk te kunnen houden. Dat is – toegegeven – niet echt een sympathieke reden voor invoering, maar in feite verschilt die reden niet van de reden waarom andere landen de figuur van de vaste vertegenwoordiger hebben geïntroduceerd. Men hoeft daarnaast niet nog eens een geheel nieuw stelsel van vertegenwoordiging uit te leggen. Dat vereenvoudigt niet alleen de invoering van de figuur van de vaste vertegenwoordiger, maar vergroot zeker ook – zo is mijn verwachting – de acceptatie van die figuur.
Dat ik in beginsel geen vertegenwoordigingsbevoegdheid aan de figuur van de vaste vertegenwoordiger toeken, betekent niet dat die figuur nimmer vertegenwoordigingsbevoegdheid zal hebben. Ik heb er geen bezwaren tegen om in de wet te bepalen dat aan de vaste vertegenwoordiger geen vertegenwoordigingsbevoegdheid toekomt, tenzij de betreffende statuten anders bepalen. Overigens ben ik van mening dat in een dergelijk geval die vertegenwoordigingsbevoegdheid niet exclusief dient te zijn. Bestuurders van de bestuurder-rechtspersoon blijven derhalve vertegenwoordigingsbevoegd.
Ik realiseer mij dat de “vaste vertegenwoordiger” in mijn opvatting – indien de statuten geen vertegenwoordigingsbevoegdheid toekennen – niet daadwerkelijk een “vertegenwoordiger” hoeft te zijn. De vaste vertegenwoordiger is in feite eerder een soort “vaste aansprakelijke” of – nog erger – een soort “kop- van-jut”. De naam “vaste vertegenwoordiger” hanteer ik dan ook vooral opdat (bestuurders in) andere landen de onderhavige rechtsfiguur enigszins kunnen plaatsen, aangezien die landen wellicht zelf de figuur van de “vaste vertegenwoordiger” kennen.