Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/6.2.2.0
6.2.2.0 Introductie
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS411316:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Ook wel aangeduid als ‘property’, ‘possessions’, ‘propriété’ of ‘biens’.
EHRM 23 februari 1995, nr. 15375/89 (Gasus Dosier- und Fördertechnik GmbH/Nederland), BNB 1995/262 (m.nt. Feteris), par. 53.
EHRM 9 december 1994, nr. 13427/87 (Stran Greek Refineries en Stratis Adreadis/Griekenland), NJ 1996, 592 (m.nt. Dommering) en EHRM 20 november 1995, nr. 17849/91 (Pressos Compania Naviera SA e.a./België), BNB 1996/123 (m.nt. Feteris).
EHRM 26 juni 1986, nr. 8543/79 (Van Marle/Nederland), NJ 1987, 581 (m.nt. Alkema).
EHRM 29 november 1991, nr. 12742/87 (Pine Valley Developments Ltd./Ierland), Series A222.
Om een beroep te kunnen doen op art. 1 EP EVRM moet er sprake zijn van ‘eigendom’.1 Het EHRM heeft steeds een autonome en ruime invulling gegeven aan het eigendomsbegrip. Het begrip ‘eigendom’ moet dan ook ruimer worden opgevat dan de in art. 5:1 BW opgenomen definitie van dit begrip. Niet alleen fysieke goederen, zoals een stuk land of een woning, maar ook andere rechten en belangen kunnen eigendom in de zin van art. 1 EP EVRM vormen.2 Hierbij kan worden gedacht aan een door de rechter erkende claim tegen de staat,3 goodwill4 en de verwachting dat een aangekocht stuk land mag worden gebruikt voor industriële bebouwing.5 Samengevat gaat het hier om de aanwezigheid van een ‘economisch belang’; in de rechtspraak van het EHRM wordt in dit kader de term ‘asset’ gebezigd.
Bij wetswijzigingen is met name van belang onder welke omstandigheden verwachtingen van belastingplichtigen ertoe leiden dat sprake is van eigendom in de zin van art. 1 EP EVRM (par. 6.2.2.1). In veel gevallen lijkt een beroep op de door het EHRM ontwikkelde ‘legitieme verwachtingentheorie’ echter niet nodig omdat het EHRM ervan uit lijkt te gaan dat de financiële verplichting die voortvloeit uit een belastingmaatregel ‘automatisch’ onder de reikwijdte van art. 1 EP EVRM valt (par. 6.2.2.2).